(Nederlandse versie hier)

This wcourgettedingesell-shaped zucchini comes from a plant in my pumpkin patch although I didn’t plant anything like this, and I honestly have no idea what the plant it comes from was supposed to be, since the label is unreadable now… That doesn’t mean that it’s not pretty good taste-wise, and not ugly either… I did harvest more than one of these fruits from that plant already, and it’s not a bad yielder. I also used some leaves together with other Cucurbita-green in a fine African pumpkin leaves-peanut stew, which i still recommend very much by the way. I still make it with chicken satay and rice, but someday I will try it with fufu.

But let’s go back to my green zucchini here. I don’t know what I originally planted, but it is clear that it comes from impure zucchini seeds. The plant has a semi-bushy way of growth, only growing out a bit more than a normal courgette plant, so I suppose it is a cross between a standard green bush zucchini and other Cucurbita pepo that is not growing bushy, with broader fruit. I suspect it to be something like a spaghetti squash, but I’m not sure at all of that. There are many types of squash besides of long and round zucchini within the species C. pepo, like spaghetti squash, pattypan squash and certain pumpkins. But there are also varietiest that are bred as ornamental gourds’.

And that bit required a warning: some of those ornamental forms of C. pepo are not edible, because they are very bitter by the presence of the rather dangerous cucurbitine. So it can be dangerous to eat just any gourdlike suqash of unknown origin. Fortunately cucurbitine is easily recognizable by the bitter taste so most people won’t eat it.

But it remains important to be very careful with C. Pepo squashes that do not look like the mother plant because their father is soe unknown pollinator, and they must therefore be tasted with great suspicion (by someone who can distinguish a bitter taste well) before it is eaten and served to others…

So if you should ever encounter a bitter zucchini, squash, spaghetti squash or the like, do not eat it, but immediately pull out the plant itself so it won’t pollinate any of the others (in case you take seed)! And do not take any seed of C. pepo variants if bitter plant were close when they were pollinated and the fruits were formed. Also never take C. pepo seed from uncontrolled pollination when bitter gourds grew nearby.

This bit holds true especially for pumpkin varieties of the genus Cucurbita pepo. There are no bitter varieties grown of the other species of the genus. So C. maxima (most winter squashes including giant pumpkins and hokkaido varieties), C. moschata (butternut), and possibly C. ficifolia and C. mixta do not pose the same no such risk.

But still, never eat a bitter squash, kids…

(English version here)

Deze welgevormde courgettecourgettedinges komt van een plant in mijn pompoenveldje die daar ongeïnviteerd dit soort van vruchten produceert. Ik heb er eerlijk gezegd geen idee van wat er eigenlijk had moeten staan, want het labeltje is onleesbaar… Dat neemt niet weg dat hij best lekker is, en niet echt lelijk ook niet… ‘k Heb al wat exemplaren van de plant kunnen oogsten ook. En een keer wat bladeren gebruikt met ander Cucurbita-groen in een fijne Afrikaanse pompoenbladeren-pindakaas-stoofpot, wat nog steeds een aanrader is trouwens. Ik maak hem nog steeds met kipspiesjes en rijst, maar ooit ga ik eens proberen met fufu.

Maar het ging over mijn groen courgette-monster hier. Ik weet niet wat ik oorspronkelijk gezaaid heb, maar het is duidelijk dat het rasonzuiver courgette-zaad was. De plant heeft een half-bossige maar iets verder uitgroeiende groeiwijze dan een normale courgetteplant, dus ik veronderstel dat het een kruising is tussen een standaard groene struikcourgette en een andere Cucurbita pepo die niet struikvormig groeit en brede vruchten heeft. Ik vermoed dat het iets als een spaghettipompoen geeest kan zijn, maar zeker ben ik niet. Er zijn behalve veel typen lange en ronde courgettes ook pompoenen die bij C. pepo horen, en de spaghettipompoen en patisson zijn ook allemaal deel van dezelfde soort. Maar er zijn ook rassen die als ‘sierkalebassen’ gekweekt worden.

En daar hoort een waarschuwing bij: sommige van die siervormen van C. pepo zijn niet eetbaar, en zijn heel bitter door de aanwezigheid van het nogal gevaarlijke cucurbitacine. Zomaar eender welke pompoenachtige van onbekende oorsprong opeten kan dus gevaarlijk zijn. Gelukkig dat het cucurbitine makkelijk te herkennen is aan een bittere smaal. Maar een C. pepo die er niet uitziet als de moederplant met onbekende bestuiver moet dus met veel wantrouwen geproefd worden (door iemand die bitter goed kan onderscheiden) voor hij opgegeten en aan anderen voorgezet wordt wordt.

Als je dus ooit een bittere courgette, pompoen, spaghettipompen of dergelijke zou tegenkomen, niet opeten en plant meteen uittrekken zodat hij niets bestuift van de anderen (ingeval je zelf zaad neemt)! En geen zaad nemen van alle C. pepo-varianten die in de buurt stonden en vruchten gevormd hebben terwijl de bittere plant bloeide. En nooit C. pepo zaad nemen van ongecontroleerde bestuiving als er bittere sierkalebassen in de buurt staan natuurlijk.

Dit geldt trouwens vooral voor pompoenenachtigen van de soort Cucurbita pepo. Van de andere soorten van het geslacht zijn geen bittere rassen in omploop normaalgezien, dus C. maxima (de meeste winterpompoenen inclusief reuzenpompoenen ne hokkaido-rassen), C. moschata (muskuspompoen, butternut), en eventueel C. ficifolia en C. mixta zijn niet zo’n risico.

 

Ik had ze al een paar keer lang glassgelzien gaan op het internet: een foto van een maiskolf met korrels die in alle surrealistische kleuren schitteren waaraan de naam ‘glass gem’ verbonden was. Het was niet zoals sommigen dachten een oefening in fotoshop-techniek, noch een vorm van genetische manipulatie. Blijkbaar wel een uitzonderlijk mooi maisras, wat de meeste andere foto’s van dat ras online gaven kolven van heel veel verschillende kleuren die blinken als kleine edelstenen… Bij wat meer rondkijken op het internet bleek het een ras met genen van oudere indianenrassen die op die manier van uitsterven gered werden door Carl Barnes, zelf half Cherokee. Dankzij het internet werd dit niet zomaar een liefhebberij, maar foto’s van zijn mais gingen viraal omdat ze zo spectaculair waren. Glass gem was klaarblijkelijk zelfs zo populair dat tijdens het hoogtepunt van glass gem als internetfenomeen in 2012 mensen belachelijk hoge prijzen betaalden voor belachelijk lage hoeveelheden zaadjes op ebay. Het zaadbedrijf Native seeds/SEARCH, dat als enige officieel de zaden verkocht; deed gouden zaakjes, en had veel meer vraag dan aanbod…

Meer specifiek is ‘glass gem’ een ‘flint corn’ type van mais, om maismeel vGGan te maken dus, en dat om duidelijke redenen ook als siermais te gebruiken is. Het komt uit een warm klimaat en is een trage groeier die een lang groeiseizoen nodig heeft.
Op zich dus ook niet het meest ideale ras om hier in de lage landen te kweken dus. Ik was dus eigenlijk helemaal niet van plan om glass gem zelf te proberen, hoe mooi dan ook. ik heb meestal al moeite genoeg om gewone groenten met succes op te kweken. Maar plots had ik (via een internationale seedswap) een klein zakje maiskorrels van velerlei kleur in mijn handen met daarop de woorden ‘glass gem’. En als ik de zaadjes toch had leek het mij zonde om niet toch te proberen, al wist ik dat ik beter niet al te veel kon verwachten…

De eerste week van mei 2013 zaaide ikDSCF2284 de voorgeweekte zaden, en de planten kwamen langzaam op, ook omdat de meimaand atypisch koud was. Het werden mooie en gezonde maisplanten die meer dan twee meter hoog werden, en sommige zelfs met meer stammen, iets wat ik nog niet kende van mais. Maar zoals ik al gevreesd had was het ook een heel traag-groeiend ras in ons klimaat…  Aan het einde van de zomer stond de eerste plant in bloei, en ergens in october (!) kon ik de eerste 2 kolven oogsten, die best wel mooi waren maar achteraf nogal atypisch glass gem close-upzouden blijken en meer een veelkleurige pop-corn mais gaven die misschien de moeite waard is apart uit te groeien (zie rechts).

Ergens na half december heb ik de rest maar geoogst, met een deel van de kolven plukrijp maar evengoed veel kolven die maar in het melkstadium waren of die zelfs nog maar babymais waren. De vorst doodde de planten niet snel daarna…

De uiteindelijke oogst was op zich heel divers, met de ene kolf nog mooier dan de andere. Veelkleurig was inderdaad een mooie beschrijving, en de koven blonken ook in de zon als kleine juwelen, zoals de naam zegt. Behalve de typische veelkleurige kolven waren er ook een paar planten die kolven hadden met overwegend helderblauwe korrels. Best leuk op zich, maar of het uiteindelijk alle stress van naar weerberichten kijken waard was weet ik niet…

P1060452
Een paar bemerkingen:

1. Het is inderdaad een heel mooi maisraglassgemreal1s, dat gaat niemand ontkennen… Bovendien is het ook een heel divers ras, waarbij elke kolf een nieuwe verassing geeft. Of het verder helemaal de hype waard is moeten mensen maar voor zichzelf uitmaken.

2. Glass gem is zoals ik al vermoed had inderdaad niet echt geschikt voor ons klimaat, en ik heb nog geluk gehad op dat vlak dat ik een oogst had. Alleen de vroegste planten waren rijp op een moment dat in sommige jaren alle mais al een hele tijd dood is door de koude!

3. Mais is in de eerste plaats bedoeld om op te eten, en ik moet zeggen dat ik geen enkele ervaring heb met flint corn, en dus ook niet weet wat ik ermee zou moeten doen… Als voedingsgewas is het dus ook niet de meest interessante plant in onze cultuur. Dan kan je beter suikermais kweken of zo…

Volgend jaar iets anders dus. Misschien ga ik proberen wat zaden van die allereerste ‘golden gem popcorn’ uit te groeien, die een stuk vroeger was dan de rest en best mooi was, en verder misschien het genetisch superdiverse ras ‘astronomy domine’, een ontwikkeling van Alan Bischop eens een kans geven en zien wat daaruit komt…

Blauwe variant van glass gem:

glassgemblueDe eerste plant die rijp was, minstens een maand voor de rest en dus waarschijnlijk aan zelfbestuiving gedaan heeft, gaf twee kolven veelkleurige popcornmais waar ik ga mee experimenten:

glass gem 1

bolivianrainbowI think I ordered them from Ebay or so: a small bag of seeds labelled ‘Bolivian rainbow peppers’. A beautiful variety of hot peppers, a dwarf type that has purple flowers and small hot peppers that go from purple to white to yellow to orange to red. A very ornamental and useful edible plant that I looked forward to growing to very much.

But alas, fate decided otherwise for me.

There was something wrong with the seeds from the beginning: I planted 20 seeds hoping to have a lot of plants so I could share some with other people in springtime.

Alas, only one seed germinated. I wouldn’t call a germination rate of 5% a big success. But at least one plant came up, a dwarf pepper plant that seemed to grow quite well on the balcony in the weird summer of 2013. And then it flowered…

Alas, it did not flower with the expected purple flowers, but with regular white ones. The plant was healthy though, and not ugly at all. whatever it was, it was a dwarf pepper plant which would give me some hot peppers, no matter how they’d look. I still hoped for the spectacular colors, but knew it wasn’t likely that this plant was indeed the variety I bought it for.

And the flowers turned into peppers…

Alas, no purple-white-yellow-orange-red peppers, but a plant with long peppers that pointed upwards, like small very hot pili-pili types. Not that ugly either, with the peppers going from pale yellow over orange to the classic red of a lot of hot peppers. I might not have had my five color peppers, but still I did have an interesting variety of hot peppers that was both ornamental and useful to spice up my dishes. At least, that was what I thought…

…until this week…

since most peppers were tupili pili plantbewrning red I thing it was time to start using them. So I used one, assuming it would be quite hot, to spice up my vegetarian (vegan even, we had a guest who’s a vegan) chili-san-carne with tomatillo and fresh shelled scarlet runner beans… But alas, the chili dish was a big success and one of my better dishes I made lately according to those who ate it, but that was not at all because of the hotness of my peppers, since they had no effect at all, no hotness, no pungency.
Yes, the last of my illusions about the the mystery very non-‘Bolivian rainbow’ peppers had to be shattered too: My small red peppers which I though to be something like pili-pili had actually no hotness at all…

I couldn’t believe that there was no hot chili taste at all in my dish, so I tried one of the peppers that was still on the plant. I even ate one of the peppers as a whole, raw, with seeds and all. And indeed: it wasn’t hot at all.

Yes, instead of the 20 multicolored hot rainbow pepper I sowed I got one dwarf pepper plant with ‘sweet pili pili’. Most probably ‘medusa‘ peppers or something of the like. Which is indeed both ornamental and edible, but besides that nothing that I expected or wanted.  I suppose growing sweet ornamental chili peppers is safer if you have small kids (My three-year old daughter finds them fascinating) but I don’t know what uses I would have for sweet peppers this size, except for decorating dishes for special occasions, or doing a prank pretending to eat a whole hot pepper…

Not that I do not like this variety, but next year I’ll try again to grow me some real hot five-color peppers…

Sigh

Bram

glassgelA while ago it was quite overhyped on the internet: a spectacular close-up picture of one ear of corn, with unreal shiny kernels in all kinds of unreal pearly colors. Some people didn’t even believe it was real, and claimed it was photoshopped. Others said it was probably genetically modified or something like that. It seemed that lot of people wanted to grow it, or to have it, but looking online told me that the seed was not widely available at all, and not only hard to get but also unusually expensive, some people on ebay did sell small quantities of it for quite high prices for example.

Now on to reality, Glass gem is a real corn, not photoshopped nor genetically modified, and just a regular open-pollinated race! And also a very variable one, so you can’t expect every comb to carry the same colors of kernels as that one in the spectacular picture. It probably was selected as the most beautiful one of the whole patch that year anyway…

some more down to earth information about the variety: Glass gem is actually a heirloom race of corn based on old Indian races, with an interesting history. It is a multicolored flint corn, with every plant having a different combination of small ears, and seeds approximately the size of unpopped popcorn. It’s (alas) also a race developed in a relatively hot climate (compared to ours) and not the earliest race, needing officially 120-130 days to mature.

I saw the pictures and thought it was a very pretty one, but I initially never planned on growing glass gem at all after receiving the info I just quoted, I am not the one to fall for hypes and knew it was quite a slow grower, so probably not fit at all for our Belgian climate. Moreover, the seeds on ebay were generally in the category of ‘obscenely high priced’, and it’s a flint corn after all, a type of corn I don’t know how to use. Why pay so much for a decorative corn???

And then, in a weird twist of fate, I suddenly and unexpectedly had glass gem seeds in my hands, 2 small packets even, one packet thanks to smart seeds, and a second one one came from a seed-swap. strange to realise that I had the seeds of the overhyped ‘most spectacular corn in the word’ photograph’, the a lot of people seemed to want to pay extreme prices for, so what could else I do but try to grow it as good as I could? In the beginning of may I planted the seeds I had, and the plants progressed slowly but they looked strong and healthy, and suite prolific. Most plants of this variety have at least 2 ears on them, and some of the bigger plants have more stems (something I haven’t seen before in corn, but then again, I’m not that experienced with corn) but it took the plants like forever to flower, and when the first ears were visible the summer was over.

I’s a very slow corn indeed… Would it yield anything before the killing coldness would take over?

It’s been a vglass gemery warm month of october in 2013 , without any trace of nocturnal frosts, and the plants are still healthy and growing. This I harvested my first 2 ears (see left), so I can give my first impressions now, and I begin here:
I do think that it is indeed a beautiful corn, but not for here, and I wonder if the hype is worth it.

So what are my thoughts on glass gem?

1.) sloooooow: ‘glass gem’ is too slow a grower for our climate, officially 120-130 days but it even took longer here. Also because the month of may was unusually cold (I planted them on the 5th, they only came up at the end of the month…) but I’m lucky that we didn’t have any frost yet and that the weather is still unusually war for the end of october. Hopefully more corn will ripen before the winter kills my plants…It is a strong grower that looks quite healthy and makes a lot of ears though.

glass gem 12.) beautiful: ‘glass gem’, on the other pictures (not that one hyped one) is a very diverse multi-colored corn with small pop-corn size kernels. The plant that I harvested had mostly colors in a weird kind of soft yellow, with some reddish and dark colors. It is indeed beautiful and shiny in a way I haven’t seen in any corn. Worth the wait, but was it worth the stress and looking the weather?

3.) Is it useful?: If I do get a decent harvest still in spite of everything, what do I do with it? Except from seed-saving and decoration, what can I use it for?(I’m not the guy to rip off people on ebay by selling seeds of a supposed ‘miracle corn’ for an enormous amount of money, that wouldn’t feel right!) Yes, it’s edible as a flint corn, to make flour, but I have no idea what I should do with that. The use as popcorn seems to be contested.
(And what am i growing corn anyway? We don’t eat much corn since my eldest daughter is corn-intolerant and can’t eat it…)

Verdict: it was a fun experiment that seems to be turning out okay in the end (although I was despairing most of the time that it would yield anything at all), Glass gem is indeed the most beautiful corn I’ve ever seen, but it’s not fit at all for our climate, and I don’t exactly know what to do with it except maybe for lending the combs to amateur photographers who can make better pictures of it than I am possible to make.
Next year I’ll probably try something else (Alan Bishop’s multicolored genetically superdiverse ‘astronomy domine‘ sweetcorn might be a good idea for the corn department…).

glass gem close-up

Even een paar termen op een rijtje zetten die soms door elkaar gehaald worden, wat veel verwarring kan geven, zoals mensen die zeggen dat alle GGO-zaden steriel zijn en dat je alleen ‘heirloom’ rassen terug kan laten komen uit zaad, zoals ik in bepaalde FB-groepen al heb gelezen.

De volgende lijst gaat over planten die via zaad vermeerderd worden. Planten die via knol (aardappel), stek (veel sierplanten) of enten (appels) vermeerderd worden zijn een ander verhaal, omdat je dan altijd klonen hebt. Op zich komen ze ras-echt terug als je ze vegetatief vermeerdert, maar van zaad zullen ze dikwijls redeliljk onstabiel en heel gevarieerd terugkomen zoals bij de F1-hybriderassen, omdat het geen genetisch gestabiliseerde varieteiten zijn.

zaadvaste rassen (open-pollinated)
De meeste klassieke groentenrassen van soorten die via zaad vermeerderd worden zijn stabiele zaadvaste rassen, waar in het Engels de term ‘open pollinated’ voor gebruikt wordt (afkorting OP). Deze vormen een genetisch stabiele populatie en zaad genomen van planten van een OP ras zal altijd echt terugkomen, toch wanneer er geen kruisbestuiving met andere rassen/soorten plaatsvindt

heirloom
Het Engelse woordje ‘heirloom’ wordt gebruikt voor oude rassen, erfgoedrassen, rassen die soms in één familie al generaties doorgegeven worden. Heirloom-rassen zijn dus altijd zaadvaste rassen, en ze hebben altijd een zekere leeftijd al wordt daar soms over gediscussieerd hoe oud ze zijn, minstens 50 jaar, 100 jaar…

Soms (heel dikwijls) wordt het woord ‘heirloom’ fout gebruikt voor alle OP rassen. Ook is het zo dat bepaalde recentere rassen b100_2160llijkbaar op één of andere manier al een ‘heirloom’ status bereikt hebben, zoals Tom Wagner’s ‘green zebra’ tomaat.

Veel van deze rassen zijn zeldzaam en bedreigd, en het is dus belangrijk dat wie deze rassen kweekt er zaad van verzamelt en doorgeeft. Bio-diversiteit is heel belangrijk!

F1 hybride-rassen
Een hybrideras is niet, zoals de naam zou doen vermoeden, zomaar een ras dat uit kruising onstaan is (alle nieuwe rassen die geen mutatie van een ander ras zijn (zoals Jonagored een mutatie is van de jonagold) zijn ooit zo ontstaan. Een hybride-ras is een F1-generatie van een altijd opnieuw uitgevoerde kruising tussen 2 bekende ouder-rassen. (Zoek de wetten van Mendel maar eens op)
De F1-generatie of de eerste generatie van kruisen geeft doorgaans een heel uniform resultaat, wat interessant is voor de industrie. Als je van een F1-ras zaden doorkweekt krijg je de F2-generatie van Mendels theorie, die heel variabel is, en wisselend van kwaliteit.

Als je veel plaats en tijd hebt en liefst de ouder-rassen ook[meestal geheim bij commerciele hybride-rassen] kan een hybride-ras wel door selectie gestabiliseerd worden in ‘open-pollinated’ ras. Duurt wel minstens 8 jaar of zo.. Of je kan uit de nakomelingen andere interessante lijnen selecteren en die stabiliseren.

GGO
Een GGO, of genetisch gemodificeerde Organisme (GMO in het Engels), is een wezen waar de mens genetische veranderingen aan heegt aangebracht. Dat kan op heel veel verschillende manieren, met heel verschillende doelen en resultaten. GGO’s zijn altijd gepatenteerd en mogen alleen door het bedrijf zelf worden doorgekweekt.

GGO-rassen kunnen trouwens evengoed zaadvast zijn als hybride-rassen.

Momenteel zijn er geen GGO’s die officieel toegelaten zijn in de voedselketen in de EU, maar bijvoorbeeld in de US is dat helemaal anders!

terminator-genen
Een terminator-gen is een gen dat de plant steriel maakt, en dus de zaadvorming tegengaat. In sommige F1-hbriderassen wordt dit ingebracht zodat de zaadproducerende firma’s er zeker van zijn dat de klant elk jaar opniet zaad zal kopen. (Misdadige praktijk!)
Dit ‘terminatorgen’ kan zowel op natuurlijke manier ingebracht worden (lijnen met pollen-steriliteit) als via genetische manipulatie ingebracht worden.
Rassen met terminator-genen zijn gewoon niet via zaad te vermeerderen, en ze zullen normaal ook helemaal geen zaad vormen.

Bio-groenten
Bio-groenten zijn groenten die ‘biologisch’ gekweekt zijn, en dus aan een aantal wettelijke kriteria moeten voldoen om die stempel te mogen dragen. Bio-groenten mogen geen GGO’s zijn, maar kunnen op zicht wel hybriderassen (mogelijk ook met terminator-genen?) zijn.

Bram

 

Earlier I wrote about the questions surrounding the edibility of the infamous black nightshade, a plant that has been both feared because of it’s toxicity in Europe, and praised for its edibility (both fruit and leaves) elsewhere.

Dying of berry poisoning isn’t exactly my style, so I’m not just going to eat any black nightshade-berry that I come across. But I am adventurous enough to try out some cultivated strains that are confirmed as edible…

That’s why I tried 3 varieties of edible varieties from the S. nigrum complex this summer. If I received them under the right names they were the American garden huckleberry (S. melanocerasum), the very mysteriously named wonderberry (S. x burbankii) and a yellow-fruited variety sold as ‘golden pearls’ (S. villosum).
Due to strange weather (from an extremely cold almost wintery month of may we went directly to a summer of tropical weather too hot for many plants to grow much) a lot of plants (corn, tomatillo, pumpkins, amaranths) are a bit later than other years, and the nightshades are no exception to this, not just in the garden but everywhere where they grow as a weed too. But finally I’ve done the first test tasting the berries of all 3 nightshade types, even though not all of them have many ripe berries yet..

The good news: I am still alive.

The bad news: there’s not that much reason to get enthusiastic…

American garden huckleberry (Solanum melanocerasus)
Let’s start with the ‘American garden huckleberry’. It is the most atypical of the three, It is actually a very powerful vigorous plant with big berries growing erect in clusters, which seem to ripen almost at the same time per cluster. The berries are shiny and black, and the plant seems to produce quite a lot of them…
AGHberryThat’s the good news about the American garden huckleberry so far. The bad news is that it’s very conforming to the stereotype of a lot of things produced by Americans: big, shiny, lot of produce, but the quality is not that interesting. At least when raw the taste is not that very atractive, a bit like the jaltomatos I grew last year, but less sweet even and with a metal-ish quality to the taste.
I hope that they taste better when processed, and I’ll experiment with them later when all the berries are ripe. But I doubt they will ever become my favorite fruit….

Wonderberry (Solanum X burbankii)
Then the so-called wonderberry named after the famous American plant breeder Mr. Burbank. I personally don’t see what so wonderous about the plant at all. Maybe because mwonderbrryy plant  has been overgrown by tree spinach and tomatoes, but it is not the biggest plant or most impressive, with small berries of less than 1 cm diamater. Just as with our native black nightshade the berries are growing in clusters and hanging, and dull black when ripe. Makes one wonder if what I’m growing here is not just a mislabeled edible strain of plain old S. nigrum…

The good thing is that the taste is maybe not that spectacular, but really not bad either, more sweetish. But it doesn’t yield much. Maybe next year I should let it grow in full sun.

‘Golden pearls’ (Solanum villosum)
villosumThe third one, the yellow ‘golden pearls’ of S. villosum, surprisingly looks a lot like the ‘wonderberry’ and like our native form of S. nigrum, with its small hanging berries, except for the color of the fruits, and the plants look generally a bit more fuzzy and soft. The taste is also quite similar to my wonderberry, and not bad at all although not that special either. It seems to grow a bit slower though, I only see 2 ripe berries and only after having eaten them I realised I photographed them with no memory card in my camera, so no picture of the ripe berries..

I am certainly not the biggest specialist of the black nightshade complex, but it’s easy to see that both whatever they sent me as wonderberry and the yellow-berried S. villosum are much closer related to the black nightshade I’ve known all my life than what I’ve received as the American garden huckleberry, and also that both of them are more interesting taste-wise. They have smaller berries and less yield, and they are not that special actually, but at least the taste is okay when raw.

The Garden Huckleberry will get one more chance to prove it’s tastiness later in the year, when all the berries are ripe and I will try to cook them with sugar or so. And if it doesn’t work I’ll never grow it again and leave it to the Americans to make something with it that suits their taste…
The others might be added to a dessert in small quantities when ripe, or just eaten when I’m working in the garden…

And who knows if I get access to another interesting variety next year. I actually want to try the Inidan ‘red Makoi’ variety of S. nigrum one day…

Bram

Zoals aan het vorige recept al te merken was is hier het tomatillo-seizoen begonnen. Tomatillo (Physalis icocarpa) is een groente die in de Mexicaanse keuken veel gebruiDSCF2312kt wordt, een soort van lampionbes die onrijp gegeten wordt als groente, en dan een licht zurige heel specifieke smaak heeft die vaag aan een tomaat, groene paprika of groenteversie van de als fruit verkochte Physalisbessen (P. peruviana) doet denken…

Tomatillo’s zijn makkelijke planten die ongeveer als tomaten gekweekt worden, al hebben ze een lagere maar meer bossig uitgroeiende groeivorm. De planten beginnen vanaf half Augustus bruikbare tomatillo’s te geven tot de eerste nachtvorst, die op veel verschillende manieren gebruikt kunnen worden. Traditioneel worden ze in de Mexicaanse keuken gebruikt voor een groene salsa-saus, maar ze zijn ook heel bruikbaar als accent in sommige gerechten waar je tomaat of paprika (en zeker beide) in gebruikt. Zo leg ik er altijd wat op zelfgemaakte pizza’s als ze beschikbaar zijn en  zijn ze ook lekker in een (vegetarische?) spaghettisaus of ratatouille.

Vandaag heb ik ze gebruik voor het vullen van een courgette die al een stukje groter was dan het normale winkelformaat, maar wel nog lekker zacht, en het viel zo goed mee dat ik het even publiceer… Tomatillo’s zijn hier een cruciaal smaak-element, maar met lekkere afsmakende tomaatjes die veel zon gehad hebben zal het op zich ook al lekker zijn.
Recept is voor 2 personen.

Ingrediënten:
1 grote courgette
2 kleine groene tomatillo’s
3 sterk smakende grote kerstomaten
1/3 teentje knoflook
rijst voor 2 personen
1/2 bouillonblokje
2 soeplepels rozijnen
1 koffielepel pijnpitten
peper en zout
geraspte gouda
geraspte belegen geitenkaas
olijfolie

Bereiding:
Kook de rijst vooraf. Begin met het voorverwarmen van de over wanneer je de courgettes begint te prepareren.

Snij de courgette in 2 en hol de helften uit.
Snij de tomaatjes en tomatillo’s in kleine stukjes.
Voeg courgettevlees, blokjes tomaat en tomatillo, rozijnen, pijnpitjes, fijngemaakt bouillonblokje, peper en zout fijngemaakte knoflook toe aan de rijst en meng alles goed door elkaar.

Vul hiermee de halve courgetten die klaarliggen op een overschotel, en dek ze daarna af met geraspe kaas. Ik heb telkens de ene helft met geitenkaas en de andere helft met simpele gouda afgedekt. Giet dan nog een klein beetke olijfolie in het midden van beide courgetten…

Een half uur in de oven zetten tot de kaas bruin begint te worden en de courgette gaar is, en klaar is Kees…

(serveertip: heel zuidelijke rode wijn bij schenken zoals een rioja)

smakelijk

Bram

(Dit recept is voornamelijk om zelf te onthouden, maar ik zet het online voor het geval iemand er iets aan heeft…)

Dit was eigenlijk één van die mislukte gerechten die uiteindelijk iets heel anders werden dat plots enorm de moeite waard was, en opeens gingen we ook van Mediterraan de oceaan over met  1 klein vruchtje… Het eerste idee was om een soort spinazie-hummus te maken maar dan met bietenloof als spinazie, maar daar was hij te sterk van smaak voor door de look en de sjalot samen, dus heb ik er om te verzachten nog een tomaat en één van de eerste tomatillo’s van het jaar uit de tuin bij gedaan en opeens was het best een interessante saus!

De roma-tomaar was een supeDSCF2312rmarkt-geval van het Belgische type -waterachtig en niet al teveel smaak- en heeft minder aan de smaak bijgedragen dan de nochtans een stuk kleinere tomatillo, een makkelijke groente trouwens, die heel speciale accenten kan geven aan pizza’s, pasta’s en waar Mexicaanse salsa verde op gebaseerd is. Een eenjarig soort Physalis (lampionkers), makkelijk te kweken, waarvan de bessen onrijp bruikbaar zijn vanaf half augustus tot de eerste vorst, en waarvan de laatste tot kerst in de koelkast blijven hier.

De bladeren van rode of anders gekleurde bieten zijn net als die van snijbiet of wilde strandbiet te gebruiken als een lekkere spinazie-groente, en zijn dus altijd de moeite waard om niet weg te gooien maar te gebuiken. (als ze vers genoeg zijn…) Ik heb hier de bladeren van ‘yellow cylindrical’ gebruikt, een interessant ras qua uiterlijk met langwerpige gele bieten die vanbinnen wit geringd zijn, maar de smaak is toch minder dan van gewone rode bietjes vrees ik.  Een gele biet met wit vlees geeft gewone groene bladeren, maar het blad van reguliere rode bieten geeft een meer rode salsasaus natuurlijk.

Door de tomaat is deze saus wel zachter en wateriger geworden dan een hummus zou zijn, en de tomatillo geeft het salsa-gevoel dan opeens richting mexicaanse keuken gaat… Heel veel rood geeft de tomaat vreemd genoeg evenwel niet…

ingrediënten:
200 g kikkererwtenDSCF2301
1 klein lookteentje
1 klein sjalotje
1 kleine tomatillo
6 grote bietbladeren zonder stengel, fijngesneden
1 roma-tomaat
olijfolie
peper, zout, basilicumblad

bereiding:
alles waar nodig is in kleine stukjes doen en dan mixen met de staafmixer en klaar is kees…

Hij was lekker gemixed onder de geïmproviseerde gierst-tabouleh (gierst met wat kruiden, rozijntjes en pijnpitjes) maar als tapenade zijn er nog wel meer mogelijkheden denk ik! De stengels van het bietenloof heb ik apart gestoofd (met rode ajuin, tomaat en 2 tomatillo’s en wat kruiden) voor bij de gierstschotel, samen met de bietjes (gekookt, in schijfjes) en kippen-merguez-worstjes. Goeie combinatie!

groeten

Bram

They were there as long as I aardbei2can remember (which is at least my teenage years) and for some reason I never really wondered what exactly they were because I took them for granted: some kind of small white tasty strawberries that grow as a groundcover in forgotten corners of the garden of my parents.

While the leaves quite stand out, You have to really look for the berries, because the plants form flowers and fruits hidden under the foilage, but if you look for them you find something interesting. Not the most prolific strawberry, nor the biggest one, but you don’t see white strawberries every day, and they have a unique taste, somewhere in between an apricot and a pineaple with a hint of currantberries and even strawberry. Very useful for example if mixed with other summer fruits for a dessert, and adding more flavor. than regular strawberries would.

There’s also somethingaardbei distinct about the plant itself. The leaves look different from both our cultivated and native wild strawberries, with rounded leaves and a different color. The flowers are small like our alpine strawberries, but the fruits are bigger and completely white, almost the size of a cherry, and have a more blocked form, with the seeds not on the surface but in small holes in the fruit. Adding to that the taste and aroma, and you have something unlike any of the regular strawberries.

So what’s their identity? Just a weird heirloom? White strawberries are not that common, and most of them a220px-Pineberriesre just cultivated versions of the alpine strawberry (like ‘white wonder’). There is a more regular white strawberry, called ‘pineberry’ (see picture from wikipedia right), that has entered the market recently, with indeed a taste similar to pine-apple if I can believe the descriptions, but alas, it looks quite different from mine,  a more regularly shaped white strawberry with red seeds on the surface of the fruit. This is not my strawberry at all.

But apparently this new variety is not that new, there apparently are older types pineberries, older even than our common strawberries (Fragaria x annanasa), most of which are quite rare or have disapeared even by now, and they even are around here in Belgium according to this site. I translate the description for you:

origin: This variety originated as an accidental hybrid between Fragaria chiloensis and Fragaria virginiana, and should be one of the oldest strawberry varieties available. (De aardbei, Kronenberg et al, 1949) The variety was obtained in the Netherlands in 1750 and continued to spread in 1762 under the reign of Louis XV.

properties: pinkish white strawberry with special taste and smell. Low fertility.
The fruit is white, medium size and medium ripe time. The flesh is quite soft, juicy and full of flavor. The seeds are somewhat on top of the flesh, and colored reddish brow,. (Strawberry, Kronenberg et al, 1949)

Not that this description does sound completely like my strawberry, but strangely, the picture on the site (which I suppose to be a picture from the pineberries in ‘de tuin van toen’) does look a lot like mine! So there are old pineberries around in Belgium which are similar to mine! Which makes me suppose that I have the name of my little white mystery strawberry nonetheless, in spite of the difference with the new commercial variety: an old pineberry. And possibly even a clone from a plant that is more than a quarter millenium old. Not bad as the background-story for our cite little groundcover, is it?

Now I’m curious what (if anything) comes up from the seeds of this one. And I don’t think I’ll ever forget to harvest this hidden treasure…

peace

Bram