archiveren

vergeten groenten

DSCF1133bis

Het ‘knobbelmonster’, voor mij altijd dé aardpeer geweest…

Ik heb nooit helemaal geweten waar hij juist vandaag kwam, maar vanaf het moment dat ik als kind ‘op den buiten’ ging wonen -na tot mijn 12 in het centrum van Lier gewoond te hebben- hebben de mysterieuze ‘aardperen’ bij ons in de tuin gestaan. In de vroege jaren negentig was og geen sprake van de ‘vergeten groenten’ hype, en was dat dus echt een groente die vergeten en voor veel mensen onbekend was, maar daarom niet minder interessant: Grote planten die bijna drie meter hoog werden en met wat geluk ergens in de herfst nog net bloeiden met kleine zonnebloemetjes voor ze kapotvroren. En vanaf het moment dat het loof verdord is tot wanneer ze terug uitlopen kan je de knollen uit de grond halen om op te eten. Die knollen, de eigenlijke aardperen dus, waren in dit geval paarsrode knobbelige dingen die door hun vorm niet altijd te schillen waren, maar die een aangename schorseneer-achtige snaak hadden, en bijvoorbeeld klaargemaakt kunnen worden op typische Vlaamse wijze met witte saus, worst en aardappelen. Of op duizenden andere manieren heb ik ondertussen ontdekt: gegratineerd, in een dikke soep samen met pastinaak, in stoofschotels of waterzooi-achtige maaltijdsoepen; en ga zo maar door…

DSCF1091

Van links naar rechts: ‘onbenoemde rode uit de supermarkt’, ‘wilde blanke uit Kessel’, ‘knobbelmonster’ (Hortus Brambonii, 2012)

Ondertussen zijn we bijna 25 jaar verder, en hoewel de aardperen in de tuin soms winters achtereen vergeten geweest zijn heb ik ik nog altijd nakomelingen van wat ik kende als ‘de aardpeer’. Het dan ook is een groente die soms makkelijker wel te kweken is dan niet… Achteraf heb ik wel ontdekt dat er meerdere soorten aardperen zijn. Niet alle aardperen zijn even knobbelig en grillig van vorm, en hebben dezelfde paarsrode kleur. De meeste commercieel gekweekte rassen hebben blijkbaar een veel voorspelbaardere vorm, en kunnen soms eerder een bruinwitte of beige kleur hebben. En laten we eerlijk wezen, sommige zijn een stuk makkelijker te schillen dan de grillige knobbelmonsters die we oorspronkelijk in de tuin hadden staan. En er bestaan zelfs rassen dievroeger bloeien…

En toch…

De eerste keer dat ik verschillende rassen uitprobeerde bleek dat mijn knobbelmonster, dat ik bij gebrek aan een rasnaam ondertussen effectief zo gedoopt had, toch nog steeds de moeite waard was in vergelijking met de andere soorten. Niet alleen bleek de smaak bij een smaakproef eigenlijk lekkerder dan mijn andere probeersels, maar ook blijft het een ras met een hoge opbrengst. Bovendien zou hij resistent zijn tegen bepaalde problemen die te grote knollen bij andere rassen soms aantasten. Dat is mij trouwens bevestigd geweest door een internationale kweker die met aardperen werkt en die opgetogen was over de opbrengst, resistentie en smaal van het ‘knobbelmonster’. Wel blijkt hij geen zaad te maken, dus het kan zijn dat het ras steriel is.

IMG_2896

Aardperen daarnet: ‘(Helianthus tuberosus): ‘knobbelmonster (links/midden), ‘wilde blanke uit Kessel’ (linksboven), ‘onbenoemde rode uit de supermarkt’ (rechtsboven), plus zonnenwortel (Helianthus strumosus, rechts)

(Aardperen uit zaad kweken is een leuk experiment trouwens. Je weet niet wat je krijgt wel, en het kan zijn dat je knollen krijgt die redelijk waardeloos zijn. De meeste rassen zijn zelfsteriel wel, wat inhoudt dat je minstens twee soorten nodig hebt die op hetzelfde moment bloeien om zaad te verkrijgen…. Wat niet altijd makkelijk is, de aardpeer is een zonnenbloemsoort die daglengte-afhankelijk is om te bloeien, maar elk ras lijkt op een iets andere daglengte te reageren.)

Tegenover de voordelen van het knobbelmonster staan dan wel een grillige vorm waaraan nog eens een hoop wortels hangt, en een vreemde affiniteit om modder aan te trekken die andere rassen niet op dezelfde manier hebben. Kuisen om te koken kan dus iets meer moeite kosten dan bij andere rassen als de knollen iets groter worden…

Maar ondanks deze minpunten is het toch zeker de moeite om deze ‘heirloom’ te blijven kweken, en te delen met wie er interesse in heeft.

 

Advertenties
gevulde olijfkommers

Twee soorten gevulde olijfkomkommers. De verse vruchten onderaan zijn evenwel de gewone, en iet de gestekelde.

De stekelige olijfkomkommer (Cyclanthera brachystachya, ook wel ‘fat baby achocha’ genoemd) is een minder bekend familielid van de in kringen van kwekers van ‘vergeten groenten’ ondertussen redelijk populair zijnde olijfkomkommer (). Het is een makkelijk groeiende plant, die nog net iets beter aangepast is aan ons klimaat dan de gewone olijfkomkommer, en die op zich interessant is als groente, al is het zeker geen plant die de wereldhonger zal oplossen.

Olijfkomkommers zijn kleine komkommmer-achtige vruchtjes die aan klimmende planten groeien, en waarvan de oogst meestal pas geod begint ergens in Augustus, totdat de temperatuur ergens in de herfst zo laag wordt dat de planten kapot gaan. Ze kunnen op verschillende manieren gegeten worden: jong zijn ze lekker als komkommer-achtige saladegroente, en wanneer ze eenmaal rijp zijn kunnen ze gevuld worden (in het Engels is ‘stuffing cucumbers’ één van de namen die voor de groente gebruikt worden…) of in stukjes in wokschotels gebruikt worden bijvoorbeeld.

De stekelige olijfkomkommer die ik heb staan geeft vruchten van ongeveer 7-8 cm lang en rond de 5 cm breed, en ziet er misschien een beetje gevaarlijk uit, maar wat eruit ziet als stekels op het eerste gezicht blijken ongevaarlijk zachte uitsteeksels te zijn. Er zijn enkele verschillen met de gewone olijfkomkommer die opvallen. Behalve de bladvorm (handvormig zonder insnijdingen in tegenstelling tot de diep ingesneden bladeren van de gewone olijfkomkommer) valt het op dat de stekelige olijfkomkommer beter tegen lage temperaturen kan, en iets meer maar ook iets kleinere (maar wel dikkere) vruchten produceert.

De plant is makkelijk te kweken op bonenstaken of een klimrek, en kan samen met andere komkommer- en pompoenachtigen buiten gezet worden, en verder op dezelfde manier als de gewone soort gekweekt worden. Het is een eerder probleemloze groente om te kweken waar ik nooit moeite mee gehad heb…cyclanthera

Wat wel zo is bij deze soort is dat de vruchten redelijk snel hol worden, wat ze voor rauw gebruik snel minder interessant maakt, maar ze dan wel heel goed geschikt maakt om te vullen in de oven, beter dan de gewone olijfkomkommer eigenlijk. Als een hapje vooraf of als bijgerecht bijvoorbeeld krijg je een heel origineel ogend en lekker smakend gerecht op je bord dat iedereen zal verassen… De smaak bij warme bereiding zit ergens tussen groene paprika en courgette in, en is heel lekker te combineren met zowel vlees, kaas (Gouda of Cheddar werkt al heel goed!), of met meer vegetarische vullingen…

Er is trouwens een speciale techniek vereist om de stekelige olijfkomkommer open te snijden die wat handigheid vraagt om onder de knie te krijgen, maar eenmaal dat lukt is het makkelijk om ze te vullen. Het is best eerst een snede te maken in de hele lengte, van de steel tot het andere uiteinde, en daar dan in één beweging het steeltje met zaden aan eruit te trekken. Maar dat zie je wel als je probeert. Je kan hem trouwens ook gewoon in reepjes in een wok- of andere schotel doen waar je ofwel paprika of courgette in zou doen…

Al bij al dus een heel onbekende maar redelijk probleemloze groente waar je originele recepten meet kan uitproberen.

Smakelijk

Bram

Even een paar termen op een rijtje zetten die soms door elkaar gehaald worden, wat veel verwarring kan geven, zoals mensen die zeggen dat alle GGO-zaden steriel zijn en dat je alleen ‘heirloom’ rassen terug kan laten komen uit zaad, zoals ik in bepaalde FB-groepen al heb gelezen.

De volgende lijst gaat over planten die via zaad vermeerderd worden. Planten die via knol (aardappel), stek (veel sierplanten) of enten (appels) vermeerderd worden zijn een ander verhaal, omdat je dan altijd klonen hebt. Op zich komen ze ras-echt terug als je ze vegetatief vermeerdert, maar van zaad zullen ze dikwijls redeliljk onstabiel en heel gevarieerd terugkomen zoals bij de F1-hybriderassen, omdat het geen genetisch gestabiliseerde varieteiten zijn.

zaadvaste rassen (open-pollinated)
De meeste klassieke groentenrassen van soorten die via zaad vermeerderd worden zijn stabiele zaadvaste rassen, waar in het Engels de term ‘open pollinated’ voor gebruikt wordt (afkorting OP). Deze vormen een genetisch stabiele populatie en zaad genomen van planten van een OP ras zal altijd echt terugkomen, toch wanneer er geen kruisbestuiving met andere rassen/soorten plaatsvindt

heirloom
Het Engelse woordje ‘heirloom’ wordt gebruikt voor oude rassen, erfgoedrassen, rassen die soms in één familie al generaties doorgegeven worden. Heirloom-rassen zijn dus altijd zaadvaste rassen, en ze hebben altijd een zekere leeftijd al wordt daar soms over gediscussieerd hoe oud ze zijn, minstens 50 jaar, 100 jaar…

Soms (heel dikwijls) wordt het woord ‘heirloom’ fout gebruikt voor alle OP rassen. Ook is het zo dat bepaalde recentere rassen b100_2160llijkbaar op één of andere manier al een ‘heirloom’ status bereikt hebben, zoals Tom Wagner’s ‘green zebra’ tomaat.

Veel van deze rassen zijn zeldzaam en bedreigd, en het is dus belangrijk dat wie deze rassen kweekt er zaad van verzamelt en doorgeeft. Bio-diversiteit is heel belangrijk!

F1 hybride-rassen
Een hybrideras is niet, zoals de naam zou doen vermoeden, zomaar een ras dat uit kruising onstaan is (alle nieuwe rassen die geen mutatie van een ander ras zijn (zoals Jonagored een mutatie is van de jonagold) zijn ooit zo ontstaan. Een hybride-ras is een F1-generatie van een altijd opnieuw uitgevoerde kruising tussen 2 bekende ouder-rassen. (Zoek de wetten van Mendel maar eens op)
De F1-generatie of de eerste generatie van kruisen geeft doorgaans een heel uniform resultaat, wat interessant is voor de industrie. Als je van een F1-ras zaden doorkweekt krijg je de F2-generatie van Mendels theorie, die heel variabel is, en wisselend van kwaliteit.

Als je veel plaats en tijd hebt en liefst de ouder-rassen ook[meestal geheim bij commerciele hybride-rassen] kan een hybride-ras wel door selectie gestabiliseerd worden in ‘open-pollinated’ ras. Duurt wel minstens 8 jaar of zo.. Of je kan uit de nakomelingen andere interessante lijnen selecteren en die stabiliseren.

GGO
Een GGO, of genetisch gemodificeerde Organisme (GMO in het Engels), is een wezen waar de mens genetische veranderingen aan heegt aangebracht. Dat kan op heel veel verschillende manieren, met heel verschillende doelen en resultaten. GGO’s zijn altijd gepatenteerd en mogen alleen door het bedrijf zelf worden doorgekweekt.

GGO-rassen kunnen trouwens evengoed zaadvast zijn als hybride-rassen.

Momenteel zijn er geen GGO’s die officieel toegelaten zijn in de voedselketen in de EU, maar bijvoorbeeld in de US is dat helemaal anders!

terminator-genen
Een terminator-gen is een gen dat de plant steriel maakt, en dus de zaadvorming tegengaat. In sommige F1-hbriderassen wordt dit ingebracht zodat de zaadproducerende firma’s er zeker van zijn dat de klant elk jaar opniet zaad zal kopen. (Misdadige praktijk!)
Dit ‘terminatorgen’ kan zowel op natuurlijke manier ingebracht worden (lijnen met pollen-steriliteit) als via genetische manipulatie ingebracht worden.
Rassen met terminator-genen zijn gewoon niet via zaad te vermeerderen, en ze zullen normaal ook helemaal geen zaad vormen.

Bio-groenten
Bio-groenten zijn groenten die ‘biologisch’ gekweekt zijn, en dus aan een aantal wettelijke kriteria moeten voldoen om die stempel te mogen dragen. Bio-groenten mogen geen GGO’s zijn, maar kunnen op zicht wel hybriderassen (mogelijk ook met terminator-genen?) zijn.

Bram

 

Zoals aan het vorige recept al te merken was is hier het tomatillo-seizoen begonnen. Tomatillo (Physalis icocarpa) is een groente die in de Mexicaanse keuken veel gebruiDSCF2312kt wordt, een soort van lampionbes die onrijp gegeten wordt als groente, en dan een licht zurige heel specifieke smaak heeft die vaag aan een tomaat, groene paprika of groenteversie van de als fruit verkochte Physalisbessen (P. peruviana) doet denken…

Tomatillo’s zijn makkelijke planten die ongeveer als tomaten gekweekt worden, al hebben ze een lagere maar meer bossig uitgroeiende groeivorm. De planten beginnen vanaf half Augustus bruikbare tomatillo’s te geven tot de eerste nachtvorst, die op veel verschillende manieren gebruikt kunnen worden. Traditioneel worden ze in de Mexicaanse keuken gebruikt voor een groene salsa-saus, maar ze zijn ook heel bruikbaar als accent in sommige gerechten waar je tomaat of paprika (en zeker beide) in gebruikt. Zo leg ik er altijd wat op zelfgemaakte pizza’s als ze beschikbaar zijn en  zijn ze ook lekker in een (vegetarische?) spaghettisaus of ratatouille.

Vandaag heb ik ze gebruik voor het vullen van een courgette die al een stukje groter was dan het normale winkelformaat, maar wel nog lekker zacht, en het viel zo goed mee dat ik het even publiceer… Tomatillo’s zijn hier een cruciaal smaak-element, maar met lekkere afsmakende tomaatjes die veel zon gehad hebben zal het op zich ook al lekker zijn.
Recept is voor 2 personen.

Ingrediënten:
1 grote courgette
2 kleine groene tomatillo’s
3 sterk smakende grote kerstomaten
1/3 teentje knoflook
rijst voor 2 personen
1/2 bouillonblokje
2 soeplepels rozijnen
1 koffielepel pijnpitten
peper en zout
geraspte gouda
geraspte belegen geitenkaas
olijfolie

Bereiding:
Kook de rijst vooraf. Begin met het voorverwarmen van de over wanneer je de courgettes begint te prepareren.

Snij de courgette in 2 en hol de helften uit.
Snij de tomaatjes en tomatillo’s in kleine stukjes.
Voeg courgettevlees, blokjes tomaat en tomatillo, rozijnen, pijnpitjes, fijngemaakt bouillonblokje, peper en zout fijngemaakte knoflook toe aan de rijst en meng alles goed door elkaar.

Vul hiermee de halve courgetten die klaarliggen op een overschotel, en dek ze daarna af met geraspe kaas. Ik heb telkens de ene helft met geitenkaas en de andere helft met simpele gouda afgedekt. Giet dan nog een klein beetke olijfolie in het midden van beide courgetten…

Een half uur in de oven zetten tot de kaas bruin begint te worden en de courgette gaar is, en klaar is Kees…

(serveertip: heel zuidelijke rode wijn bij schenken zoals een rioja)

smakelijk

Bram

(Dit recept is voornamelijk om zelf te onthouden, maar ik zet het online voor het geval iemand er iets aan heeft…)

Dit was eigenlijk één van die mislukte gerechten die uiteindelijk iets heel anders werden dat plots enorm de moeite waard was, en opeens gingen we ook van Mediterraan de oceaan over met  1 klein vruchtje… Het eerste idee was om een soort spinazie-hummus te maken maar dan met bietenloof als spinazie, maar daar was hij te sterk van smaak voor door de look en de sjalot samen, dus heb ik er om te verzachten nog een tomaat en één van de eerste tomatillo’s van het jaar uit de tuin bij gedaan en opeens was het best een interessante saus!

De roma-tomaar was een supeDSCF2312rmarkt-geval van het Belgische type -waterachtig en niet al teveel smaak- en heeft minder aan de smaak bijgedragen dan de nochtans een stuk kleinere tomatillo, een makkelijke groente trouwens, die heel speciale accenten kan geven aan pizza’s, pasta’s en waar Mexicaanse salsa verde op gebaseerd is. Een eenjarig soort Physalis (lampionkers), makkelijk te kweken, waarvan de bessen onrijp bruikbaar zijn vanaf half augustus tot de eerste vorst, en waarvan de laatste tot kerst in de koelkast blijven hier.

De bladeren van rode of anders gekleurde bieten zijn net als die van snijbiet of wilde strandbiet te gebruiken als een lekkere spinazie-groente, en zijn dus altijd de moeite waard om niet weg te gooien maar te gebuiken. (als ze vers genoeg zijn…) Ik heb hier de bladeren van ‘yellow cylindrical’ gebruikt, een interessant ras qua uiterlijk met langwerpige gele bieten die vanbinnen wit geringd zijn, maar de smaak is toch minder dan van gewone rode bietjes vrees ik.  Een gele biet met wit vlees geeft gewone groene bladeren, maar het blad van reguliere rode bieten geeft een meer rode salsasaus natuurlijk.

Door de tomaat is deze saus wel zachter en wateriger geworden dan een hummus zou zijn, en de tomatillo geeft het salsa-gevoel dan opeens richting mexicaanse keuken gaat… Heel veel rood geeft de tomaat vreemd genoeg evenwel niet…

ingrediënten:
200 g kikkererwtenDSCF2301
1 klein lookteentje
1 klein sjalotje
1 kleine tomatillo
6 grote bietbladeren zonder stengel, fijngesneden
1 roma-tomaat
olijfolie
peper, zout, basilicumblad

bereiding:
alles waar nodig is in kleine stukjes doen en dan mixen met de staafmixer en klaar is kees…

Hij was lekker gemixed onder de geïmproviseerde gierst-tabouleh (gierst met wat kruiden, rozijntjes en pijnpitjes) maar als tapenade zijn er nog wel meer mogelijkheden denk ik! De stengels van het bietenloof heb ik apart gestoofd (met rode ajuin, tomaat en 2 tomatillo’s en wat kruiden) voor bij de gierstschotel, samen met de bietjes (gekookt, in schijfjes) en kippen-merguez-worstjes. Goeie combinatie!

groeten

Bram

DSCF1860Oost-Indische kers is zo één van die groenten die meer bekend is als sierplant dan als de heel bruikbaare groente of kruid die hij evengoed is. Dat is op zich best spijtig. Rauw is hij nogal sterk van smaak, met een heel eigen peperige tuinkers-smaak (‘kers’ komt hier niet zonder reden van ‘cresson’) en de meeste mensen die hem eten gebruiken vooral de bloemen om salades te versieren. Maar ook de bladeren zijn (in reepjes gesneden) perfect bruikbaar om een salade pittiger mee te maken. Er wordt blijkbaar zelfs een pittige pesto mee gemaakt.

Rauw is de plant dus vooral een heel dankbaar kruid, dat in geval van de bloemen ook nog eens heel mooi is! (Ook de vruchten worden gebruikt trouwens, ingelegd zijn ze een goede vervanger van kappertjes) Maar wat minder bekend is, is dat de plant zijn peperigheid verliest bij het koken (de pikante smaak komt van vluchtige mosteroliën, die bij het koken verdwijnen) en dan ook als groente kan toegepast worden. Een gemixed soepje à la waterkerssoep of slasoep is bijvoorbeeld ook heel lekker. Maar er zijn meer creatieve mogelijkheden met het blad: door de vorm en stevigheid van de mooi ronde bladeren kan hij bijvoorbeeld  heel goed worden gebruikt om gevulde pakketjes mee te maken, zoals een variatie op Griekse dolmades bijvoorbeeld.

In dit recept dat ik vandaag heb geïmproviseerd (waarschijnlijk eenmalig gemaakt in dDSCF1877e geschiedenis van de planeet) vul ik ze met gehakt, en combineer ik ze met een variatie op mijn afrikaanse groentestoofsel, dat normaal met pindakaas gemaakt wordt, maar ik had toevallig een amandelpasta uit de bio-winkel voorhanden die ik daar eens voor wilde proberen, en inplaats van mijn gewoonlijke pompoenblad uit het oorspronkelijke recept heb ik boomspinazie gebruikt, die op moest omdat hij mijn aardappelbed aan het overwoekeren was. (Op zich kan het recept perfect met gewone spinazie of andere bladgroenten, in Afrika worden er verschillende groenten voor gebruikt waaronder bijvoorbeeld amarant, ganzenvoet en dingen waar ik nog nooit van gehoord heb…)

Het recept dat ik gebruikt heb (voor 2-3 personen):

Gehakpakketjes van Oost-Indische kers

ingrediënten:
250 g geprepareerd Vlaams gehakt
1 sjalot
piepklein teentje look
1/4 bouillonblokje
20-tal Oost-Indische kers bladeren (zo groot mogelijk)
peper, zout
geraspte gouda

DSCF1891Snij de steel van de bladeren af, en laat ze kort koken tot ze gaar zijn. Als er kapotte bladeren zijn kan je die opzij houden om door het gehakt te mengen. Snij ondertussen de sjalot en enkele O.I. kers-bladeren in heel kleine stukjes en meng ze met heel fijngehakte look,  zout, peper en 1/4 van een bouillonblokje door het gehakt. Maak dan langwerpige gehaktballetjes, die je elk in een blad rolt. (Als het blad te beschadigd is rol er een tweede rond.) en leg die naast elkaar in een ovenschotel tot de bodem gevuld is. Rasp er dan genoeg kaas over om alles af te dekken, en zet in de over tot de kaas begint te bruinen. In te tussentijd maak je de rest.

Pseudo-Afrikaanse boomspinaziestoverij met amandelpasta

ingrediënten:
genoeg gehakte boomspinazie om een halve pot mee te vullen
1 grote sjalot
1 tomaat
2 lepels amandelpasta (of pindakaas)
kerriepoeder, peper, zout (fenegriek-zaad)

Laat de gehakte boomspinazie en de sjalot met wat water sudderen tot ze zacht aan het worden zijn, en voeg dan de in heel kleine stukjes gehakte tomaat toe, alsook zout, peper, kerriepoeder en een paar zaadjes fenegriek. Laat alles stoven tot de tomaat zo goed als opgelost is, en voeg dan 2 (koffie-)lepels amandelpasta toe, en blijf een paar minuten roeren op een zachter vuurtje.

Rijst:

Basmati-rijst is heel geschikt bijvoorbeeld.Gewoon koken tot hij gaar is. Een beetje kookvocht van de groenten toevoegen maakt de smaak interessanter.

(Met korianderzaad ipv fenegriek is hij blijkbaar ook wel eetbaar -ik had me vergist- maar ik denk dat fenegriek toch lekkerder is en de kerrie-smaak meer accentueert…)

groeten

Bram

DSCF1133bisOmdat verschillende mensen na de vorige post vroegen om aarpeer-recepten post ik even het (semi-geimproviseerde) recept dat ik gebruikt heb voor het overschot van de knollen die gebruikt waren in de smaakproef van de vorige post. Het is interessant omdat het een recept is waarin de eigen smaak van de aardpeer heel goed naar boven komt, en het is een eigen simpele variant op een soep die ik ooit ergens anders geproefd heb, maar die toen heel anders klaargemaakt werd (groenten werden eerst in de oven gegrild als ik het goed herinner) met gelijkaardige ingrediënten, en een smaak die in mijn herinnering toch redelijk gelijklopend was. .

Voor mijn smaakproef had ik 3 knollen, waarvan ik en mede-proevers telkens ongeveer 1/3 knol hadden opgegeten. Wat overbleef was ongeveer equivalent met 2 middelgrote aardpeerknollen (of één knobbelmonster zoals op de foto, mits niet met teveel verlies geschild), en was genoeg voor een voorgerechtsoepje voor 2 personen. Het leuke is dat deze soep in alles op een roomsoep lijkt, maar hoegenaamd geen melk of room bevat.

Voor wie nog meer recepten wil, het internet staat vol als je maar even zoekt…

Aardpeersoep

ingrediënten (voor 2 personen, als voorgerecht):
2 middelgrote aardperen
1 grote ajuin
1 teen knoflook
1/3 courgette
3/4 boullionblokje
peper, zout

bereiding:
Kook de aardperen in de schil voor ongeveer 15 minuten.
Ondertussen snij je de ajuin en het lookteentje in kleine stukjes, en laat die stoven met heel weinig water. Als ze beginnen te fruiten voeg je de cougette toe, geschild en in blokjes gesneden, de kruiden en bouillion, en laat met wat meer water en het deksel erop stoven tot alles zacht is.
Ondertussen zal de aarpeer klaar zijn. Laat even afkoelen en schil deze dan. (Dit is veel handiger dan rauw schillen, en geeft minder verkleuring) en snijd de gare aardpeer in blokjes en voeg toe aan de gestoofde ajuinmix. Laat even meesudderen en haal dan van het vuur om alles heel fijn door te mixen met een staafmixer. Voeg Water toe tot de soep de juiste structuur heeft, en breng terug aan de kook. Proef of de kruiden in balans zijn en kruid zo nodig bij!

Lekker met croutons en gebakken heel gezouten spek!

smakelijk

Bram