archiveren

heirloom

DSCF1133bis

Het ‘knobbelmonster’, voor mij altijd dé aardpeer geweest…

Ik heb nooit helemaal geweten waar hij juist vandaag kwam, maar vanaf het moment dat ik als kind ‘op den buiten’ ging wonen -na tot mijn 12 in het centrum van Lier gewoond te hebben- hebben de mysterieuze ‘aardperen’ bij ons in de tuin gestaan. In de vroege jaren negentig was og geen sprake van de ‘vergeten groenten’ hype, en was dat dus echt een groente die vergeten en voor veel mensen onbekend was, maar daarom niet minder interessant: Grote planten die bijna drie meter hoog werden en met wat geluk ergens in de herfst nog net bloeiden met kleine zonnebloemetjes voor ze kapotvroren. En vanaf het moment dat het loof verdord is tot wanneer ze terug uitlopen kan je de knollen uit de grond halen om op te eten. Die knollen, de eigenlijke aardperen dus, waren in dit geval paarsrode knobbelige dingen die door hun vorm niet altijd te schillen waren, maar die een aangename schorseneer-achtige snaak hadden, en bijvoorbeeld klaargemaakt kunnen worden op typische Vlaamse wijze met witte saus, worst en aardappelen. Of op duizenden andere manieren heb ik ondertussen ontdekt: gegratineerd, in een dikke soep samen met pastinaak, in stoofschotels of waterzooi-achtige maaltijdsoepen; en ga zo maar door…

DSCF1091

Van links naar rechts: ‘onbenoemde rode uit de supermarkt’, ‘wilde blanke uit Kessel’, ‘knobbelmonster’ (Hortus Brambonii, 2012)

Ondertussen zijn we bijna 25 jaar verder, en hoewel de aardperen in de tuin soms winters achtereen vergeten geweest zijn heb ik ik nog altijd nakomelingen van wat ik kende als ‘de aardpeer’. Het dan ook is een groente die soms makkelijker wel te kweken is dan niet… Achteraf heb ik wel ontdekt dat er meerdere soorten aardperen zijn. Niet alle aardperen zijn even knobbelig en grillig van vorm, en hebben dezelfde paarsrode kleur. De meeste commercieel gekweekte rassen hebben blijkbaar een veel voorspelbaardere vorm, en kunnen soms eerder een bruinwitte of beige kleur hebben. En laten we eerlijk wezen, sommige zijn een stuk makkelijker te schillen dan de grillige knobbelmonsters die we oorspronkelijk in de tuin hadden staan. En er bestaan zelfs rassen dievroeger bloeien…

En toch…

De eerste keer dat ik verschillende rassen uitprobeerde bleek dat mijn knobbelmonster, dat ik bij gebrek aan een rasnaam ondertussen effectief zo gedoopt had, toch nog steeds de moeite waard was in vergelijking met de andere soorten. Niet alleen bleek de smaak bij een smaakproef eigenlijk lekkerder dan mijn andere probeersels, maar ook blijft het een ras met een hoge opbrengst. Bovendien zou hij resistent zijn tegen bepaalde problemen die te grote knollen bij andere rassen soms aantasten. Dat is mij trouwens bevestigd geweest door een internationale kweker die met aardperen werkt en die opgetogen was over de opbrengst, resistentie en smaal van het ‘knobbelmonster’. Wel blijkt hij geen zaad te maken, dus het kan zijn dat het ras steriel is.

IMG_2896

Aardperen daarnet: ‘(Helianthus tuberosus): ‘knobbelmonster (links/midden), ‘wilde blanke uit Kessel’ (linksboven), ‘onbenoemde rode uit de supermarkt’ (rechtsboven), plus zonnenwortel (Helianthus strumosus, rechts)

(Aardperen uit zaad kweken is een leuk experiment trouwens. Je weet niet wat je krijgt wel, en het kan zijn dat je knollen krijgt die redelijk waardeloos zijn. De meeste rassen zijn zelfsteriel wel, wat inhoudt dat je minstens twee soorten nodig hebt die op hetzelfde moment bloeien om zaad te verkrijgen…. Wat niet altijd makkelijk is, de aardpeer is een zonnenbloemsoort die daglengte-afhankelijk is om te bloeien, maar elk ras lijkt op een iets andere daglengte te reageren.)

Tegenover de voordelen van het knobbelmonster staan dan wel een grillige vorm waaraan nog eens een hoop wortels hangt, en een vreemde affiniteit om modder aan te trekken die andere rassen niet op dezelfde manier hebben. Kuisen om te koken kan dus iets meer moeite kosten dan bij andere rassen als de knollen iets groter worden…

Maar ondanks deze minpunten is het toch zeker de moeite om deze ‘heirloom’ te blijven kweken, en te delen met wie er interesse in heeft.

 

glassgem2015(English/Dutch)

This is a picture of my complete ‘glass gem’ corn of 2015. I can’t completely blame the Belgian climate though, there should have been at least a few more ripe ears when I harvested this one, but some critter had found my small corn patch and eaten most of it before it was ready 😦

Next years for something else….

Dus dit is een foto van mijn hele oogst aan ‘glass gem’ mais in 2015. Ik kan het Belgische klimaat niet volledig de schuld geven, want eigenlijk hadden er minstens een paar kolven meer rijp moeten zijn wanneer deze geoogst werd, maar één of ander beest had mijn kleine maisbosje gevonden en de meeste mais opgegeten voordat hij zelfs maar rijp was 😦

Volgend jaar iets anders proberen…

 

 

 

Ik had ze al een paar keer lang glassgelzien gaan op het internet: een foto van een maiskolf met korrels die in alle surrealistische kleuren schitteren waaraan de naam ‘glass gem’ verbonden was. Het was niet zoals sommigen dachten een oefening in fotoshop-techniek, noch een vorm van genetische manipulatie. Blijkbaar wel een uitzonderlijk mooi maisras, wat de meeste andere foto’s van dat ras online gaven kolven van heel veel verschillende kleuren die blinken als kleine edelstenen… Bij wat meer rondkijken op het internet bleek het een ras met genen van oudere indianenrassen die op die manier van uitsterven gered werden door Carl Barnes, zelf half Cherokee. Dankzij het internet werd dit niet zomaar een liefhebberij, maar foto’s van zijn mais gingen viraal omdat ze zo spectaculair waren. Glass gem was klaarblijkelijk zelfs zo populair dat tijdens het hoogtepunt van glass gem als internetfenomeen in 2012 mensen belachelijk hoge prijzen betaalden voor belachelijk lage hoeveelheden zaadjes op ebay. Het zaadbedrijf Native seeds/SEARCH, dat als enige officieel de zaden verkocht; deed gouden zaakjes, en had veel meer vraag dan aanbod…

Meer specifiek is ‘glass gem’ een ‘flint corn’ type van mais, om maismeel vGGan te maken dus, en dat om duidelijke redenen ook als siermais te gebruiken is. Het komt uit een warm klimaat en is een trage groeier die een lang groeiseizoen nodig heeft.
Op zich dus ook niet het meest ideale ras om hier in de lage landen te kweken dus. Ik was dus eigenlijk helemaal niet van plan om glass gem zelf te proberen, hoe mooi dan ook. ik heb meestal al moeite genoeg om gewone groenten met succes op te kweken. Maar plots had ik (via een internationale seedswap) een klein zakje maiskorrels van velerlei kleur in mijn handen met daarop de woorden ‘glass gem’. En als ik de zaadjes toch had leek het mij zonde om niet toch te proberen, al wist ik dat ik beter niet al te veel kon verwachten…

De eerste week van mei 2013 zaaide ikDSCF2284 de voorgeweekte zaden, en de planten kwamen langzaam op, ook omdat de meimaand atypisch koud was. Het werden mooie en gezonde maisplanten die meer dan twee meter hoog werden, en sommige zelfs met meer stammen, iets wat ik nog niet kende van mais. Maar zoals ik al gevreesd had was het ook een heel traag-groeiend ras in ons klimaat…  Aan het einde van de zomer stond de eerste plant in bloei, en ergens in october (!) kon ik de eerste 2 kolven oogsten, die best wel mooi waren maar achteraf nogal atypisch glass gem close-upzouden blijken en meer een veelkleurige pop-corn mais gaven die misschien de moeite waard is apart uit te groeien (zie rechts).

Ergens na half december heb ik de rest maar geoogst, met een deel van de kolven plukrijp maar evengoed veel kolven die maar in het melkstadium waren of die zelfs nog maar babymais waren. De vorst doodde de planten niet snel daarna…

De uiteindelijke oogst was op zich heel divers, met de ene kolf nog mooier dan de andere. Veelkleurig was inderdaad een mooie beschrijving, en de koven blonken ook in de zon als kleine juwelen, zoals de naam zegt. Behalve de typische veelkleurige kolven waren er ook een paar planten die kolven hadden met overwegend helderblauwe korrels. Best leuk op zich, maar of het uiteindelijk alle stress van naar weerberichten kijken waard was weet ik niet…

P1060452
Een paar bemerkingen:

1. Het is inderdaad een heel mooi maisraglassgemreal1s, dat gaat niemand ontkennen… Bovendien is het ook een heel divers ras, waarbij elke kolf een nieuwe verassing geeft. Of het verder helemaal de hype waard is moeten mensen maar voor zichzelf uitmaken.

2. Glass gem is zoals ik al vermoed had inderdaad niet echt geschikt voor ons klimaat, en ik heb nog geluk gehad op dat vlak dat ik een oogst had. Alleen de vroegste planten waren rijp op een moment dat in sommige jaren alle mais al een hele tijd dood is door de koude!

3. Mais is in de eerste plaats bedoeld om op te eten, en ik moet zeggen dat ik geen enkele ervaring heb met flint corn, en dus ook niet weet wat ik ermee zou moeten doen… Als voedingsgewas is het dus ook niet de meest interessante plant in onze cultuur. Dan kan je beter suikermais kweken of zo…

Volgend jaar iets anders dus. Misschien ga ik proberen wat zaden van die allereerste ‘golden gem popcorn’ uit te groeien, die een stuk vroeger was dan de rest en best mooi was, en verder misschien het genetisch superdiverse ras ‘astronomy domine’, een ontwikkeling van Alan Bischop eens een kans geven en zien wat daaruit komt…

Blauwe variant van glass gem:

glassgemblueDe eerste plant die rijp was, minstens een maand voor de rest en dus waarschijnlijk aan zelfbestuiving gedaan heeft, gaf twee kolven veelkleurige popcornmais waar ik ga mee experimenten:

glass gem 1

bolivianrainbowI think I ordered them from Ebay or so: a small bag of seeds labelled ‘Bolivian rainbow peppers’. A beautiful variety of hot peppers, a dwarf type that has purple flowers and small hot peppers that go from purple to white to yellow to orange to red. A very ornamental and useful edible plant that I looked forward to growing to very much.

But alas, fate decided otherwise for me.

There was something wrong with the seeds from the beginning: I planted 20 seeds hoping to have a lot of plants so I could share some with other people in springtime.

Alas, only one seed germinated. I wouldn’t call a germination rate of 5% a big success. But at least one plant came up, a dwarf pepper plant that seemed to grow quite well on the balcony in the weird summer of 2013. And then it flowered…

Alas, it did not flower with the expected purple flowers, but with regular white ones. The plant was healthy though, and not ugly at all. whatever it was, it was a dwarf pepper plant which would give me some hot peppers, no matter how they’d look. I still hoped for the spectacular colors, but knew it wasn’t likely that this plant was indeed the variety I bought it for.

And the flowers turned into peppers…

Alas, no purple-white-yellow-orange-red peppers, but a plant with long peppers that pointed upwards, like small very hot pili-pili types. Not that ugly either, with the peppers going from pale yellow over orange to the classic red of a lot of hot peppers. I might not have had my five color peppers, but still I did have an interesting variety of hot peppers that was both ornamental and useful to spice up my dishes. At least, that was what I thought…

…until this week…

since most peppers were tupili pili plantbewrning red I thing it was time to start using them. So I used one, assuming it would be quite hot, to spice up my vegetarian (vegan even, we had a guest who’s a vegan) chili-san-carne with tomatillo and fresh shelled scarlet runner beans… But alas, the chili dish was a big success and one of my better dishes I made lately according to those who ate it, but that was not at all because of the hotness of my peppers, since they had no effect at all, no hotness, no pungency.
Yes, the last of my illusions about the the mystery very non-‘Bolivian rainbow’ peppers had to be shattered too: My small red peppers which I though to be something like pili-pili had actually no hotness at all…

I couldn’t believe that there was no hot chili taste at all in my dish, so I tried one of the peppers that was still on the plant. I even ate one of the peppers as a whole, raw, with seeds and all. And indeed: it wasn’t hot at all.

Yes, instead of the 20 multicolored hot rainbow pepper I sowed I got one dwarf pepper plant with ‘sweet pili pili’. Most probably ‘medusa‘ peppers or something of the like. Which is indeed both ornamental and edible, but besides that nothing that I expected or wanted.  I suppose growing sweet ornamental chili peppers is safer if you have small kids (My three-year old daughter finds them fascinating) but I don’t know what uses I would have for sweet peppers this size, except for decorating dishes for special occasions, or doing a prank pretending to eat a whole hot pepper…

Not that I do not like this variety, but next year I’ll try again to grow me some real hot five-color peppers…

Sigh

Bram

glassgelA while ago it was quite overhyped on the internet: a spectacular close-up picture of one ear of corn, with unreal shiny kernels in all kinds of unreal pearly colors. Some people didn’t even believe it was real, and claimed it was photoshopped. Others said it was probably genetically modified or something like that. It seemed that lot of people wanted to grow it, or to have it, but looking online told me that the seed was not widely available at all, and not only hard to get but also unusually expensive, some people on ebay did sell small quantities of it for quite high prices for example.

Now on to reality, Glass gem is a real corn, not photoshopped nor genetically modified, and just a regular open-pollinated race! And also a very variable one, so you can’t expect every comb to carry the same colors of kernels as that one in the spectacular picture. It probably was selected as the most beautiful one of the whole patch that year anyway…

some more down to earth information about the variety: Glass gem is actually a heirloom race of corn based on old Indian races, with an interesting history. It is a multicolored flint corn, with every plant having a different combination of small ears, and seeds approximately the size of unpopped popcorn. It’s (alas) also a race developed in a relatively hot climate (compared to ours) and not the earliest race, needing officially 120-130 days to mature.

I saw the pictures and thought it was a very pretty one, but I initially never planned on growing glass gem at all after receiving the info I just quoted, I am not the one to fall for hypes and knew it was quite a slow grower, so probably not fit at all for our Belgian climate. Moreover, the seeds on ebay were generally in the category of ‘obscenely high priced’, and it’s a flint corn after all, a type of corn I don’t know how to use. Why pay so much for a decorative corn???

And then, in a weird twist of fate, I suddenly and unexpectedly had glass gem seeds in my hands, 2 small packets even, one packet thanks to smart seeds, and a second one one came from a seed-swap. strange to realise that I had the seeds of the overhyped ‘most spectacular corn in the word’ photograph’, the a lot of people seemed to want to pay extreme prices for, so what could else I do but try to grow it as good as I could? In the beginning of may I planted the seeds I had, and the plants progressed slowly but they looked strong and healthy, and suite prolific. Most plants of this variety have at least 2 ears on them, and some of the bigger plants have more stems (something I haven’t seen before in corn, but then again, I’m not that experienced with corn) but it took the plants like forever to flower, and when the first ears were visible the summer was over.

I’s a very slow corn indeed… Would it yield anything before the killing coldness would take over?

It’s been a vglass gemery warm month of october in 2013 , without any trace of nocturnal frosts, and the plants are still healthy and growing. This I harvested my first 2 ears (see left), so I can give my first impressions now, and I begin here:
I do think that it is indeed a beautiful corn, but not for here, and I wonder if the hype is worth it.

So what are my thoughts on glass gem?

1.) sloooooow: ‘glass gem’ is too slow a grower for our climate, officially 120-130 days but it even took longer here. Also because the month of may was unusually cold (I planted them on the 5th, they only came up at the end of the month…) but I’m lucky that we didn’t have any frost yet and that the weather is still unusually war for the end of october. Hopefully more corn will ripen before the winter kills my plants…It is a strong grower that looks quite healthy and makes a lot of ears though.

glass gem 12.) beautiful: ‘glass gem’, on the other pictures (not that one hyped one) is a very diverse multi-colored corn with small pop-corn size kernels. The plant that I harvested had mostly colors in a weird kind of soft yellow, with some reddish and dark colors. It is indeed beautiful and shiny in a way I haven’t seen in any corn. Worth the wait, but was it worth the stress and looking the weather?

3.) Is it useful?: If I do get a decent harvest still in spite of everything, what do I do with it? Except from seed-saving and decoration, what can I use it for?(I’m not the guy to rip off people on ebay by selling seeds of a supposed ‘miracle corn’ for an enormous amount of money, that wouldn’t feel right!) Yes, it’s edible as a flint corn, to make flour, but I have no idea what I should do with that. The use as popcorn seems to be contested.
(And what am i growing corn anyway? We don’t eat much corn since my eldest daughter is corn-intolerant and can’t eat it…)

Verdict: it was a fun experiment that seems to be turning out okay in the end (although I was despairing most of the time that it would yield anything at all), Glass gem is indeed the most beautiful corn I’ve ever seen, but it’s not fit at all for our climate, and I don’t exactly know what to do with it except maybe for lending the combs to amateur photographers who can make better pictures of it than I am possible to make.
Next year I’ll probably try something else (Alan Bishop’s multicolored genetically superdiverse ‘astronomy domine‘ sweetcorn might be a good idea for the corn department…).

glass gem close-up