archiveren

fruit

De zwarte nachtschade is (zoals ik al eerder schreef) een plant die in dit deel van de wereld vooral gevreesd wordt, terwijl hij in veel andere delen van de wereld gegeten worden, zowel voor de bessen als als bladgroente.
Nu ben ik wel avontuurlijk, maar niet zo avontuurlijk dat ik snel planten ga eten die mijn cultuur al eeuwen vreest als dodelijk giftig. Behalve bekend eetbare stammen zal ik dus ondanks alle informatie die ik ondertussen doorworsteld heb niet snel geneigd zijn om veel zwarte nachtschade te eten…
Een paar jaar geleden ben ik wel uit curiositeit begonnen met het experimenteren met verschillende typen van eetbare zwarte nachtschadebessen. Na het uitproberen van verschillende soorten de afgelopen jaren is het verdict ondertussen duidelijk en een beetje verrassend: De beste eetbare zwarte nachtschade is niet zwart…

Voor we meer uitleg bij de winnaar geven nog even op een rijtje zetten welke nachtschadesoorten ik geprobeerd heb:

De Jaltomato
Deze soort (Jaltom100_2305ato procumbens) hoort niet helemaal in het rijtje thuis, want het is geen soort van het zwarte nachtschade-complex, maar het is wel een eetbare nachtschade-achtige met zwarte bessen. Ik heb er ooit van gezegd dat hij bessen geeft met een smaak waar aan te wennen valt, en hoewel ik aan de smaak gewend ben en hem zeker kan waarderen nu heb ik er nog steeds niet zoveel mee weten doen ondertussen… Ook is het zo dat de bessen (zeker als de plant teveel schaduw krijgt of teveel weersveranderingen heeft) soms een houterigheid krijgt in sommige bessen.
Op zich dus wel een leuke exotische fruitsoort met een eigen smaak die op zichb zeer de moeite waard is doch moeilijk te beschrijven is, maar de opbrengst is niet zo super hoog, en ik heb nog geen echte recepten gevonden waar hij echt een goede toevoeging geeft. (Op zich zoals de andere hier wel lekker in een crumbel gemengd met appel bijvoorbeeld, of in muffins)

De ‘American garden huckleberry’
Ik blijf bij mijn mening: De AmeAGHberryrikaans egarden huckleberry (Solanum melanocerasum als die naam nog klopt) is inderdaad heel Amerikaans in de zin dat hij heel hoge productie van heel glanzende bessen heeft, en er dus heel antrekkelijk uitziet. Maar de smaak is compleet niet interessant, alles wat hem lekker maakt zijn dingen die je erbij voegt. Platgekookt op deze manier met veel suiker en citroen kan je er inderdaad een soort van blueberry pie mee maken, maar die heeft zijn interessante smaak niet van de bessen zelf…
Al bij al dus niet de meest interessante plant om te kweken… Behalve als je houdt van dingen die je zelf eetbaar moet maken.

Burbank’s ‘wonderberry’
Ik ben nog altijd niet zeker of ik helemaal de juiste plant heb. Officieel heet deze Solanum x burbankii maar velen zeggen dat hij niet te onderscheiden is van De gewone zwarte nachtschade, en ik vermoed eigenlijk dat ik gewoon een eetbare stam van zwarte nachtschade heb. Deze heeft op zich best lekkere bessen (in vergelijking met de vorige) maar in de praktijk is oogsten allesbehalve handig. Ten eerste omdat de bessen eenmaal rijp te zacht zijn en direct kapot zijn, en ten tweede omdat de bessen in één cluster niet allemaal tegelijk rijp worden, en dat er bij overrijpe of rotte bessen dikwijls nog groene bessen in dezelfde cluster zitten. En ook bij eetbare nachtschadesoorten zijn groene bessen giftig… Veel reden heb ik dus niet om deze terug te zetten, al probeer ik misschien nog wel een andere eetbare stam van de zwarte nachtschade dit jaar…

Solanum villosum ‘golden pearls’
bessenSolanum villosum, in het Nederlands soms de donsnachtschade gehoord is een soort die sterk verwant is met de zwarte nachtschade. De grootste verschillen zijn dat deze soort in vergelijking met de gewone zwarte nachtschde een iets zachter en ‘donziger’ uitzicht heeft, en dat de  bessen niet zwart zijn maar goudgeel. Op zich is dat niet zo opzienbarend: ondanks de naam zijn er binnen het Solanum nigrum complex ook soorten of rassen die andere kleuren hebben. Van de gewone zwarte nachtschade is er bijvoorbeeld een rode variant in Indië die ‘red Makoi’ genoemd wordt. (En die ik graag ooit te pakken zou krijgen.)
Deze ‘Golden Pearls’ zijn een geteelde variant die vanaf halfweg de zomer clustertjes met goudgele bessen blijft produceren, die best aangenaam van smaak zijn zoals je van fruit zou mogen verwachten. Bovendien zijn de bessen wat sterker, en  als je ze in clusters oogst geraken ze niet snel beschadigd en kunnen ze op deze manier een hele tijd (liefst gekoeld) bewaard worden. Ook worden de bessen in één cluster meer gelijktijdig rijp dan mijn zwarte variant, wat veel makkelijker is.
De oogst is simpel: je knipt ze cluster bij cluster af. Achteraf als je de bessen verwerkt is het nog even werk om ze van hun steeltjes te halen misschien, en het blijven kleine besjes, maar op zich zijn ze niet zo moeilijk…. Zowel lekker vers uit de hand als snoepertje of door een fruitsla, als verwerkt in allerlei fruitbereidingen een leuk besje. Mijn favoriet is een gouden ‘blueberry-muffin’, gemengd of met alleen deze bessen, die we deze zomer voor het eerst probeerden en nu al een klassieker is…

Verdict
Met stip komen de gouden pareltjes van de donsnachtschade dus boven de andere soorten uit. Lekkere bessen, goed bewaarbaar, en redelijk opbrengst voor zover dat voor een kruid met kleine besjes mogelijk is… Volgend jaar zeker opnieuw,ik heb goed wat zaadjes bewaard…

nightshade muffin

(Nederlandse versie hier)

Passiflora is a genus of several hundred species of plants, known for its unique and sometimes quite spectacular flowers, and therefore popular with lovers of exotic plants. Different species are used in different ways: The common passion fruit (P. edulis) is eaten as a fruit, while P. Incarnata is used in herbal medicine as a sedative. But most species are just grown for their beautiful flowers.

passicae

Passiflora caerulea – blue passionflower

Here in this corner of Europe that’s not without problems: Passion flowers are very beautiful and generally fast-growing climbing plants, but they often need tropical or subtropical climates to thrive. So here in Flanders we’re just at or just below the Northern Border for the most cold-resistant passion flowers that grow well outdoors. There are some species that grow reasonably outside here, until a very severe winter shows up that is. The common blue passionflower (P. caerulea) is the best-known species here and also the best-adapted to our climate. The maypop, Passiflora incarnata can survive even colder winter temperatures, but it completely freezes off in cold climates every winter and then needs to grow back completely from the roots, needing summers more hot than ours to have much flowers and fruits.

(I leave out the northernmost species P. Lutea here, the yellow passionflower which has no ornamental value and is reportedly not the easiest plant to grow.)

DSCF0824

Tucumanese passionflower – Passiflora tucumanensis

There are a number of hybrids and ornamental varieties that are grown, some of which very nice. But there is also another less known wild species that should be almost like P. Caerulea when it comes to coldhardiness, the P. Tucumanensis (sometimes called P. Naviculata). This is a South American species that grows in mountain areas and so is accustomed to cooler temperatures.

The Tucumanese passionflower, as its name can be translated, is named after the Argentine province of Tucuman. It has small soft-green ternate lobed leaves and hanging passion flowers, slightly smaller than those of the blue passionflower. The flowers, that are only open for one day, have a spectacular purple-white corona.

Earlier his summer I had ordered a plant of this and some other species from de passifloratuin, and today the Tucumanese Passionflower is the first of those plants that blooms. It is stil to be seen how well it does in the long run, but of all my Passiflora plants I have here now it is the one that continued to grow most in August which was exceptional cold and wet… So maybe it’s indeed a plant that can withstand cooler summers. We will still have to wait and see what happens in and after the winter though…

DSCF0832

Tucumanese Passionlfower – Passiflora tucumanensis

But there is more: If we look edible fruit this one might actually also be interesting. The fruits are described as small, but with a very delicate aromatic flavor which is even better than the common passion fruit. What makes it more interesting here than P. Incarnata which generally needs a longer and much hotter growing season to form ripe fruit than we have, and P. Caerulea which sets fruit here, but is not known for its good taste … (and all hybrids, which have reduced fertility, which is not very convenient if you like to have a lot of fruit)
The problem here is that Passiflora-species are generally self-incompatible, so you need at least two genetically different plants (that means no clones which come from cuttings taken from the same mother plant) and I have only one at the moment …

But we’re working on that, so probably this story will be continued one day… The first impressions of the Tucumanese passionflower are very positive right now though…

(English version here)

Passiflora is een geslacht van enkele honderden soorten planten met unieke en soms heel spectaculaire bloemen, dat geliefd is bij liefhebbers van exotische planten. Verschillende soorten worden op verschillende manieren gebruikt: De gewone passievrucht (P. edulis) wordt gegeten als fruit, terwijl P. Incarnata in de kruidengeneeskunde gebruikt wordt als kalmerend middel. Maar de meeste soorten worden natuurlijk gekweekt om hun mooie bloemen.

passicae

Passiflora caerulea – blauwe passiebloem

En daar zitten we hier in de lage landen met een moeilijkheidje: Passiebloemen zijn heel mooie en over het algemeen sterk groeiende klimplanten, maar ze hebben tropische of subtropische klimaten nodig om goed te gedijen. We zitten dus net op of onder de Noordgrens voor de meest koudebestendige passiebloemen die goed buiten groeien. Er zijn een aantal soorten die het redelijk buiten doen hier, tot er een elfstedentochtwinter opduikt toch, waarvan de gewone blauwe passiebloem (P. Caerulea) de bekendste en de best aan ons klimaat aangepaste is. Passiflora incarnata kan op zich tegen koudere wintertemperaturen maar vriest in koude klimaten elke winter helemaal af en heeft hete zomers nodig om terug tot bloeien en vruchtzetten te komen.

(We laten de Noordelijkste soort P. Lutea, de gele passiebloem, even buiten beschouwing, die geen sierwaarde heeft en naar verluidt ook niet de makkelijkste plant is.)

DSCF0824

Passiflora tucumanensis – Tucumanse passiebloem

Er zijn een aantal kruisingen en siervarianten die gekweekt worden, waarvan sommige heel mooie. Maar er is ook nog een andere minder gekweekte wilde soort die ongeveer even koudebestendig zou moeten zijn als P. Caerulea, de P. Tucumanensis (soms P. Naviculata genoemd). Dit is een Zuid-Amerikaanse soort die in berggebieden groeit en dus aan koelere temperaturen gewend is.

DE Tucumaanse passiebloem, zoals zijn naam vertaald kan worden, is genoemd naar de Argentijnse provincie Tucuman. Het is een soort met kleine zachtgroene drietallig gelobde bladeren en hangende passiebloemen die iets kleiner zijn dan die van de blauwe passiebloem. De bloemen, die zoals bij andere soorten één dag open zijn, hebben naar achter geslagen bloembladeren en een spectaculair paars-witte corona.

Midden deze zomer had ik een plantje van deze en enkele andere soorten besteld bij de passifloratuin, en vandaag is dit de eerste van mijn planten die bloeit. Het is natuurlijk afwachten hoe goed hij het in praktijk doet, maar van al mijn Passiflora-planten die ik nu heb staan is het degene die het meeste is blijven groeien in Augustus… Dus misschien is het inderdaad wel een plant die tegen koelere zomers kan. De winter zullen we natuurlijk nog moeten afwachten…

DSCF0832

Passiflora tucumanensis – Tucumaanse passiebloem

Als we kijken naar een kans om eetbare vruchten te hebben zou deze ook wel eens interessant kunnen zijn. De vruchten worden beschreven als klein, maar met een heel fijne aromatische smaak die zelfs beter is als de gewone passievrucht. Wat hem interessanter maakt dan P. Incarnata die over het algemeen een langer en heter groeisseizoen nodig heeft om vruchten te vormen dan wij hebben, en P. Caerulea die vrucht zet maar niet bekend staat om zijn goede smaak… (en alle kruisingen, die een verminderde vruchtbaarheid hebben wat niet handig is als je graag fruit hebt)
Het probleem is wel dat Passiflora zelf-incompatibel is en je minstens twee genetisch verschillende planten nodig hebt (Dus geen klonen die van dezelfde moederplant gestekt zijn) en ik heb er maar één momenteel…

Maar daar wordt aan gewerkt, dus waarschijnlijk wordt dit ooit vervolgd… De eerste indrukken van de Tucumaanse passiebloem op dit moment zijn in ieder geval positief…

Earlier I wrote about the questions surrounding the edibility of the infamous black nightshade, a plant that has been both feared because of it’s toxicity in Europe, and praised for its edibility (both fruit and leaves) elsewhere.

Dying of berry poisoning isn’t exactly my style, so I’m not just going to eat any black nightshade-berry that I come across. But I am adventurous enough to try out some cultivated strains that are confirmed as edible…

That’s why I tried 3 varieties of edible varieties from the S. nigrum complex this summer. If I received them under the right names they were the American garden huckleberry (S. melanocerasum), the very mysteriously named wonderberry (S. x burbankii) and a yellow-fruited variety sold as ‘golden pearls’ (S. villosum).
Due to strange weather (from an extremely cold almost wintery month of may we went directly to a summer of tropical weather too hot for many plants to grow much) a lot of plants (corn, tomatillo, pumpkins, amaranths) are a bit later than other years, and the nightshades are no exception to this, not just in the garden but everywhere where they grow as a weed too. But finally I’ve done the first test tasting the berries of all 3 nightshade types, even though not all of them have many ripe berries yet..

The good news: I am still alive.

The bad news: there’s not that much reason to get enthusiastic…

American garden huckleberry (Solanum melanocerasus)
Let’s start with the ‘American garden huckleberry’. It is the most atypical of the three, It is actually a very powerful vigorous plant with big berries growing erect in clusters, which seem to ripen almost at the same time per cluster. The berries are shiny and black, and the plant seems to produce quite a lot of them…
AGHberryThat’s the good news about the American garden huckleberry so far. The bad news is that it’s very conforming to the stereotype of a lot of things produced by Americans: big, shiny, lot of produce, but the quality is not that interesting. At least when raw the taste is not that very atractive, a bit like the jaltomatos I grew last year, but less sweet even and with a metal-ish quality to the taste.
I hope that they taste better when processed, and I’ll experiment with them later when all the berries are ripe. But I doubt they will ever become my favorite fruit….

Wonderberry (Solanum X burbankii)
Then the so-called wonderberry named after the famous American plant breeder Mr. Burbank. I personally don’t see what so wonderous about the plant at all. Maybe because mwonderbrryy plant  has been overgrown by tree spinach and tomatoes, but it is not the biggest plant or most impressive, with small berries of less than 1 cm diamater. Just as with our native black nightshade the berries are growing in clusters and hanging, and dull black when ripe. Makes one wonder if what I’m growing here is not just a mislabeled edible strain of plain old S. nigrum…

The good thing is that the taste is maybe not that spectacular, but really not bad either, more sweetish. But it doesn’t yield much. Maybe next year I should let it grow in full sun.

‘Golden pearls’ (Solanum villosum)
villosumThe third one, the yellow ‘golden pearls’ of S. villosum, surprisingly looks a lot like the ‘wonderberry’ and like our native form of S. nigrum, with its small hanging berries, except for the color of the fruits, and the plants look generally a bit more fuzzy and soft. The taste is also quite similar to my wonderberry, and not bad at all although not that special either. It seems to grow a bit slower though, I only see 2 ripe berries and only after having eaten them I realised I photographed them with no memory card in my camera, so no picture of the ripe berries..

I am certainly not the biggest specialist of the black nightshade complex, but it’s easy to see that both whatever they sent me as wonderberry and the yellow-berried S. villosum are much closer related to the black nightshade I’ve known all my life than what I’ve received as the American garden huckleberry, and also that both of them are more interesting taste-wise. They have smaller berries and less yield, and they are not that special actually, but at least the taste is okay when raw.

The Garden Huckleberry will get one more chance to prove it’s tastiness later in the year, when all the berries are ripe and I will try to cook them with sugar or so. And if it doesn’t work I’ll never grow it again and leave it to the Americans to make something with it that suits their taste…
The others might be added to a dessert in small quantities when ripe, or just eaten when I’m working in the garden…

And who knows if I get access to another interesting variety next year. I actually want to try the Inidan ‘red Makoi’ variety of S. nigrum one day…

Bram