Drie tinten topinambour

(Engelse versie hier)

DSCF1081Vandaag gaan we terug naar de afdeling van de ‘vergeten groenten’, die momenteel heel populair blijken: De aardpeer of topinambour (Helianthus tuberosus). Dit is een zonnebloemsoort met knollen, zoals iemand die latijn ket uit de naam kan halen. Desondanks is hij in deze streken zelden aangeplant vanwege de bloemen, die inderdaad wel kleine zonnenbloemen zijn maar in de praktijk pas heel laat in het jaar komen. De plant is namelijk een kortedagplant en begint pas te denken aan bloemen vormen als de daglengte korter is dan de nachtlengte (ergens na de herfstequinox op 21 september dus), vlak voor het loof door de kou het leven laat in ons klimaat dus…
Dat wil niet zeggen dat de plant pas opvalt vanaf oktober daarvoor heb je de hele zomer lang opvallende groene bebladerde stengels die wel 3 meter hoog kunnen worden. Door de grootte, en doordat de plant soms kan woekeren, kan je dan best ook op voorhand nadenken waar je hem plaatst in je tuin…

In tegenstelling tot de gewone eenjarige zonnebloem (Helianthus annuus) is de aardpeer een doorlevende zonnebloemsoort. In het winterhalfjaar sterft het loof misschien af, maar blijft de plant zelf wel in leven dankzij ondergrondse wortelknollen, die tevens het deel van de plant zijn waar we in geïnteresseerd zijn. Deze knollen hebben een speciale heel eigen smaak, die ergens doet denken aan schorseneren, en volgens sommigen ook aan artisjok (vandaar de Engelse naam ‘Jerusalem artichoke’ ondanks het feit dat de plant niks te maken heeft met Jeruzalem, noch een artisjok is) Dit smaakje, dat bij meer planten van de composietenfamilie aanwezig is, bijvoorbeeld ook bloemblaadjes van de zonnenbloem en de mysterieuze guascas, komt deels door de aanwezigheid het suikerachtige inuline, dat de plant trouwens gezond maakt voor diabetici. (Let op, inuline en insuline zijn niet hetzelfde, al zijn ze beiden heilzaam voor diabetici!)

Er zijn verschillende manieren om de aardpeer klaar te maken. Een ‘basis-Vlaams recept’ zou kunnen zijn om ze, als schorseneren of bloemkool, op te dienen met witte saus, bij vlees en gekookte aardappelen. Een beetje azijn in het kookwater kan wel een goed idee zijn, want de aardpeer heeft de neiging om door oxidatie wat grauwer te worden… Maar er zijn veel meer mogelijkheden, en de laatste jaren door het in de kijker komen van de zogenaamde ‘vergeten groenten’ zijn er ook veel meer recepten voor aardpeer verzonnen. (En is de aardpeer ook meer courant te vinden in de supermarkt) Zelfs experimenteren met gerechten is natuurlijk ook altijd leuk (en dat is ook de manier waarop recepten ontstaan…)100_2182

Aardperen zijn niet moeilijk te oogsten. Je trekt de stengel uit de grond en daar hangen een deel van de knollen al aan, en de rest zijn met een riek of spitvork makkelijk te vinden. Een nadeel van aardperen is dat ze niet heel lang bewaarbaar zijn, ze drogen snel uit, en je kan ze dus eigenlijk beter in de grond houden en pas eruit halen wanneer je gaat eten… Je moet ook niet bang zijn voor de vorst, aardperen zijn heel winterhard en hebben eigenlijk nooit veel last van vorstschade.

Bij mijn ouders stonden er aardperen in de tuin sinds ik 12 was of zo, en we zijn nooit helemaal onverdeeld enthousiast geweest over de plant. Dat is ook omdat het ras dat we altijd hebben staan gehad de neiging heeft om enorm knobbelige knollen te vormen, en bovendien blijft de aarde er zo aan kleven dat je ze moeilijk kan schillen. Niet echt de meest handige groente dus, de aardpeer zoals ik hem kende, maar desondanks nog wel leuk om af en toe met te koken. (Pas later had ik door dat aardperen veel beter pellen als je ze in de schil kookt.)

Die ambivalentie over aardperen vanwege praktisch minder interessante kantjes duurde tot ik doorhad dat de plant die wij hadden staan maar één ras was, en dat er blijkbaar ook andere rassen aardperen waren met betere eigenschappen. Dus ben ik deze lente begonnen met het uitproberen van nieuwe rassen. Behalve mijn aloude variant (die ik “knobbelmonster” heb gedoopt”) had ik 2 types knollen uit de supermarkt in de grond gestoken, alsook een variant die ergens wild ontsnapt was. De logica is dat commerciële rassen meestal eigenschappen hebben die interessant zijn voor verkoop, en anderzijds dat planten die de sprong naar het wild kunnen maken zeker goed aangepast zijn aan onze klimaat en andere plaatselijke groei-omstandigheden…

(Het zou op zich leuk zijn om ze te kruisen en dan zelf een variant te selecteren die best aangepast is aan wat ik zelf wil, maar dat is in dit klimaat moeilijk, omdat er nooit zaad gevormd wordt door de te late bloei. Alle rassen zijn dus klonen die zich vegetatief vermeerderen, wat dus niet snel tot nieuwe rassen leidt.. Misschien ooit proberen om ze binnen te forceren tot zaadvorming?)

De 2 types uit de supermarkt bleken achteraf wel compleet identiek te zijn trouwens… Dus bleven er 3 verschillende soorten over: het aloude ‘knobbelmonster, de wilde “back to nature”, en de commerciele “supermarket”, waarbij duidelijk is als we vergelijken dat “knobbelmonster” praktisch gezien niet bepaald de interessantste aardpeer is in de keuken. Zowel de wilde vorm als de supermarktvorm scoren veel beter op vorm en wasbaarheDSCF1091id. Wel valt op dat de wilde vorm een lagere opbrengst heeft, al kan dat te maken hebben met verplanten heel vroeg in het seizoen.

Na een smaakproef wordt het allemaal nog moeilijker: “knobbelmonster” blijkt, zoals met oude rassen dikwijls het geval is, ondanks alles toch veel beter van smaak, en “supermarket” heeft, ondanks alle goede eigenschappen, veel minder eigen karakter qua smaak… Afwegen blijkt dus redelijk moeilijk…

(Op de foto zien we links “supermarket”,  in het midden “back to nature”, en daarnaast “knobbelmonster”, op de foto vanboven staan ze in omgekeerde volgorde.)

Verdict:

“knobbelmonster”
smaak: vol, superieur aroma
kleur: paarsrood
opbrengst: hoog
vorm: kleine bollen mooi rond, grote knollen worden snel knobbelig en volledig onpelbaar
andere opmerkingen: aarde blijft eraan plakken, moeilijk te wassen.

“back to nature”
smaak: goed
kleur: bruinig wit
opbrengst: laag
vorm: mooie simpele knollen, meer eivormig van vorm
andere opmerkingen: lagere opbrengst kan door verplanten komen.

“supermarket”
smaak: oké, niet speciaal
kleur: roodachtig
opbrengst: goed
vorm: meestal mooi gevormde knollen, heel rond vormen

De boodschap is dus conflicterend: het oude ras is qua smaak beter, maar verder nogal moeilijk in gebruikt. het commerciële ras daarentegen is oké qua smaak, maar veel beter op alle andere vlakken, en de wilde selectie zit overal middenin. Verder experimenteren blijkt een goed idee: er zijn zoals deze eerste proef duidelijk maakt zeker wel grote verschillen tussen rassen. Nog meer rassen proberen volgend jaar zal dus zeker zijn vruchten afwerpen.

groeten

Bram

Advertenties
4 reacties
  1. Leuke blog om te volgen. Hier nog geen aardperen in de tuin maar binnenkort wel!
    Ook heel lekker in veggie gerechtjes, dat hoeft niet met vlees 😉

    • brambonius zei:

      Aardpeer is inderdaad goed geschikt voor vegetarische gerechten (zeg ik als ‘deeltijdse vegetariër’ die zeker niet elke dag vlees eet…)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: