Simpele radijsjesloofsoep

(Oorspronkelijk gepost op blog van Brambonius op 20 Maart 2009. Lichtjes aangepaste versie)

Een uitstapje in mijn reeks over ‘koken met onkruid’, want in feite is het helemaal geen onkruid: radijsjesloofsoep. Om het toch relevant te maken voor mijn ‘koken met onkruid’-reeks: je kan het radijsloof vervangen door wilde radijs (een plant die vooral aan de kust groeit maar hier zeldzaam is) of door veel algemenere knopherik, die dichte familie is van de radijs en veel te vinden is op braakliggend terrein… Ook andere cruciferen (mosterd- en koolachtigen, diverse kers-soorten en herderstasje…) zijn bruikbaar voor allerlei gerechten natuurlijk, aar moet je zelf maar mee experimenteren.

Doorgeschoten radijsplanten in een verwilderde plukslamix. in dit stadium is het eigenlijk al te laat om nog veel met het loof te doen. Wel zijn de bloemen eetbaar in salade, en zijn de jonge peultjes lekker in wok-gerechten.

 

Radijzen zijn één van de makkelijkste groenten om zelf te kweken, iets wat op de meeste gronden en in de meeste jaargetijden in een paar maanden wel lukt. Hier in deze streken worden de knolletjes vooral rauw gegeten, meestal in of bij salades, maar in veel oosterse keukens worden die dikwijls gekookt klaargemaakt. Maar niet alleen de knolletjes zijn eetbaar: eigenlijk is de hele plant eetbaar! Wat niet betekent dat alle delen gebruikt worden in de keuken. De stengels zijn bijvoorbeeld nogal taai, en het zaad is mogelijk zelfs giftig als het teveel gegeten wordt, al is die kans klein gezien de sterke smaak.

De zaailingen geven trouwens een lekkere spruitgroente (zijn wel een stuk groter dan tuinkers) en de bloemen kunnen gebruikt worden om salades te versieren zo u wil, en de jonge vruchten (opgeblazen hauwen) zijn ook heel lekker… Voor dit gerecht zijn ook jonge stengels bruikbaar van doorschietende planten, maar vanaf het punt waarop de bloemen echt openen is het niet meer aan te raden om ze te gebruiken.

Maar vandaag gaat het gewoon over het loof, de groene blaadjes op de radijs die de meeste mensen weggooien. Dat loof kan je op verschillende manieren gebruiken. Om rauw te eten is het niet helemaal ideaal, omdat de structuur over het algemeen nogal ruw is, met stugge bijna stekelige haren, wat niet aangenaam is in de mond.

Gekookt kan het toegevoegd worden aan gemengde stoofschotels, en in ‘stoemp’ is het ook lekker (gewoon tussen de puree prakken). Denk er wel aan dat het enorm krimpt, en dat een volle pot bladeren dikwijls maar een goed volle bodem geeft na koken… De traditionele verwerking is de eerder genoemde soep, die heel simpel gemaakt kan worden:

Radijsjesloofsoep

Ingrediënten:
genoeg radijsjesloof om je kookpot voor 2/3 mee te vullen
1 ajuin
vetstof (olie, boter, margarine…)
water
bouillon (+ zout en peper, kruiden en look naar smaak)

en een staafmixer

Bereiding:
Snij de ajuin en stukjes en fruit die op de bodem van je kookpot. Als hij gaar is voeg je de gewassen en wat fijngesneden radijsloofblaadjes toe, en wat water en een bouillonblokje, en zet het deksel op de pot. Als de blaadjes gaar zijn neem je de pot van het vuur, en mix je het geheel tot alles goed fijn is. Dan vul je het water aan en laat het nog even doorkoken…

Met een aardappeltje erbij (aan het begin in kleine blokjes toevoegen) wordt de soep iets dikker en steviger.

smakelijk

Bram

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: